Officieel ambtelijk rapport met diverse handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport met diverse handgeschreven kanttekeningen. 9 juli 1940 (hoofdtekst); kanttekeningen gedateerd tussen 16 en 20 juli 1940. [Getypte tekst]
Nº 2/B/42/3 M. 1940 11/2
R A P P O R T
K.A.G.Seitz, oud 41 jaar en wonende Kinkerstraat 325 alhier, vraagt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit. Seitz verklaart van 1912 tot 1915 in den Helder kleinhandel te hebben gedreven met genoemde artikelen. Eenig bewijs hiervoor kon hij mij niet overleggen, terwijl ook bij onderzoek hiervan niets kon blijken. Het zou dan alleen op zijn eigen verklaring moeten worden aangenomen. Evenmin is met zekerheid na te gaan, wat Seitz van 1915 tot 1934 heeft gedaan. Sedert September 1934 is Seitz in het bezit van een ventvergunning onder serie 18 Nº 206, waarbij hij gechtigd is te venten met Haring en zuurwaren. Daar als gevolg van den internationalen toestand geen aanvoer van haring meer is, wil hij thans weer met groente en fruit gaan venten. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
Amsterdam 9 Juli 1940
Controleur,
[Handtekening: Felthuis]
[Handgeschreven kanttekeningen]
[In de linkermarge:]
2 B / 42 / 4
19/7 - 40
Mgn v. E.
In bijlage dezer heb ik de eer UEd. aanvraagformulieren voor een erkenning als kleinhandelaar in groenten & fruit t.n.v. K.A.G. Seitz, benevens een daarop betrekking hebbend rapport van den controleur Velthuis van mijn dienst, te doen toekomen. Volgens deze gegevens kan adressant mijns inziens niet voor een [doorgehaald: erkenning], ook niet voor een tijdelijke, in aanmerking komen.
[Paraaf]
[Rechtsboven:]
Dit lijkt mij toch te gek. Deze man komt zelfs voor een tijdelijke erkenning niet in aanmerking.
[Onleesbare paraaf]
16/7 40
[Midden rechts:]
Inderdaad, de vorige gevallen zijn meerendeels ook reeds erg zwak.
Dit moet beslist geweigerd.
[Paraaf: Wh...]
18-7-40
[Onderaan:]
Aanvraagformulieren doorzenden met rapport Felthuis (in afschrift) en brief van ons, dat deze man o.i. dus ook niet voor een tijdl. erkenning in aanmerking komt.
[Paraaf]
20/7 Het document betreft de ambtelijke beoordeling van een vergunningaanvraag voor straathandel kort na het begin van de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de zaak is de wens van K.A.G. Seitz om zijn handelswaar te wijzigen: van haring en zuurwaren naar groenten en fruit. De reden hiervoor is puur economisch: door de oorlog ("den internationalen toestand") is de aanvoer van haring stilgevallen.
Hoewel de controleur Felthuis in zijn rapport redelijk neutraal blijft, wijst hij wel op het gebrek aan bewijslast voor Seitz' eerdere ervaring in de groentehandel. De reacties van de hogere ambtenaren in de kanttekeningen zijn echter onomwonden negatief en zelfs verontwaardigd ("Dit lijkt mij toch te gek"). De besluitvorming is streng; men weigert zelfs een tijdelijke vergunning te verlenen. Er is sprake van een beleid waarbij de toegang tot de markt voor groenten en fruit streng wordt bewaakt, mogelijk om de bestaande handelaren te beschermen tegen nieuwe toetreders in een tijd van toenemende schaarste. De datum van het document, juli 1940, plaatst het in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De visserij op de Noordzee was direct na de invasie nagenoeg onmogelijk geworden door mijnen en oorlogshandelingen, wat de haringhandel van Seitz onmogelijk maakte.
De dienst 'Marktwezen' van de gemeente Amsterdam speelde een cruciale rol in het reguleren van het economische leven op straat. In deze periode begon de overheid steeds meer grip te krijgen op de distributie van voedsel. Door vergunningen strikt te weigeren, probeerde men waarschijnlijk een wildgroei aan nieuwe straatventers te voorkomen. Dit document illustreert hoe de oorlog direct invloed had op de bestaanszekerheid van kleine ondernemers en hoe de bureaucratie hierop reageerde met een restrictief beleid.