Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 199
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel ambtelijk rapport.

4 juli 1940. Van: Controleur H. Felthuis.

Origineel

Officieel ambtelijk rapport. 4 juli 1940. Controleur H. Felthuis. [Getypt deel]

R A P P O R T                № 2b/48/ M. 1940 4/2

Th.J.Ojevaar, oud 52 jaar en wonende Rustenburgerstraat 12 alhier,
verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit.
Ojevaar is ongeveer zeven jaar als personeel werkzaam geweest bij den
kleinhandelaar in groenten enf fruit N.J.Dekker,welke een zaak heeft
in de Alb;Cuypstraat alhier.Als zoodanig heeft Ojevaar toegang gehad
tot de Centr:Markt.Thans heeft Ojevaar een groenten en fruitzaak over
genomen van Mevr:J.J.Maas,wiens echtgenoot in den oorlog is gesneu-
veld.Deze zaak is gevestigd Granaatstraat 8 alhier.Voor zoover door
mij kan worden beoordeeld heeft Ojevaar de vragen vabn zijn invul-
formulier naar waarheid beantwoord.

                                     Amsterdam 4 Juli 1940
Den Heer Bedrijfschef                Controleur,
V/h Marktwezen.
                                     [Handtekening: H. Felthuis]

[Handschrift midden]

[Handtekening/Paraaf onleesbaar]

Verklaring stempelen
en doorzenden naar
den Insp. Acc. [Inspecteur Accountant]
17/7 '40 [Initialen]

[Handschrift linksonder]

Heeft niet erkenning van Maas
overgenomen. [Initialen]

[Handschrift rechtsonder]

H. Felthuis.
Heeft Ojevaar dan
de erkenning van
Mevr. Maas niet overge-
nomen? 18/7 '40 [Initialen] Het rapport is opgesteld door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen ten behoeve van een vergunningsaanvraag. De 52-jarige Th.J. Ojevaar wenst officieel erkend te worden als fruithandelaar om een bestaande zaak aan de Granaatstraat 8 voort te zetten.

De controleur geeft een positief advies op basis van:
1. Vakkennis: Ojevaar heeft zeven jaar ervaring bij een bekende handelaar in de Albert Cuypstraat.
2. Bekendheid met de markt: Hij heeft reeds ervaring met inkopen op de Centrale Markt.
3. Betrouwbaarheid: De vragenlijst is naar waarheid ingevuld.

Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt een administratieve discussie. Er wordt opgemerkt dat Ojevaar de "erkenning" (de officiële licentie) van de vorige eigenaresse, mevrouw Maas, niet simpelweg heeft overgenomen. Dit leidde op 18 juli 1940 tot een interne vraag over de status van de vergunningsoverdracht. Dit document is historisch relevant vanwege de datering (juli 1940) en de expliciete vermelding dat de echtgenoot van mevrouw Maas "in den oorlog is gesneuveld". Dit verwijst naar de Duitse inval in mei 1940, slechts twee maanden voor dit schrijven. Het document illustreert hoe weduwen van gesneuvelde soldaten gedwongen waren hun nering te verkopen en hoe de gemeentelijke bureaucratie direct na de capitulatie onder de nieuwe omstandigheden functioneerde.

De genoemde locaties (Rustenburgerstraat, Albert Cuypstraat, Granaatstraat) bevinden zich in de Amsterdamse wijk De Pijp, een buurt die van oudsher nauw verbonden is met de straathandel en markten. Het "Marktwezen" was verantwoordelijk voor de regulering van deze handel, wat onder de beginnende bezetting en de komende schaarste aan belang zou winnen.

Samenvatting

Het rapport is opgesteld door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen ten behoeve van een vergunningsaanvraag. De 52-jarige Th.J. Ojevaar wenst officieel erkend te worden als fruithandelaar om een bestaande zaak aan de Granaatstraat 8 voort te zetten.

De controleur geeft een positief advies op basis van:
1. Vakkennis: Ojevaar heeft zeven jaar ervaring bij een bekende handelaar in de Albert Cuypstraat.
2. Bekendheid met de markt: Hij heeft reeds ervaring met inkopen op de Centrale Markt.
3. Betrouwbaarheid: De vragenlijst is naar waarheid ingevuld.

Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt een administratieve discussie. Er wordt opgemerkt dat Ojevaar de "erkenning" (de officiële licentie) van de vorige eigenaresse, mevrouw Maas, niet simpelweg heeft overgenomen. Dit leidde op 18 juli 1940 tot een interne vraag over de status van de vergunningsoverdracht.

Historische Context

Dit document is historisch relevant vanwege de datering (juli 1940) en de expliciete vermelding dat de echtgenoot van mevrouw Maas "in den oorlog is gesneuveld". Dit verwijst naar de Duitse inval in mei 1940, slechts twee maanden voor dit schrijven. Het document illustreert hoe weduwen van gesneuvelde soldaten gedwongen waren hun nering te verkopen en hoe de gemeentelijke bureaucratie direct na de capitulatie onder de nieuwe omstandigheden functioneerde.

De genoemde locaties (Rustenburgerstraat, Albert Cuypstraat, Granaatstraat) bevinden zich in de Amsterdamse wijk De Pijp, een buurt die van oudsher nauw verbonden is met de straathandel en markten. Het "Marktwezen" was verantwoordelijk voor de regulering van deze handel, wat onder de beginnende bezetting en de komende schaarste aan belang zou winnen.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 6