Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 273
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief / Correspondentie.

20 augustus 1940. Van: De Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet 1925. Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Officiële brief / Correspondentie. 20 augustus 1940. De Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet 1925. De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. RIJKSDIENST TER UITVOERING VAN DE ZUIDERZEESTEUNWET 1925 (Stb. 290)
Afd. Art. 6$^I$, Nº 8004

SJ/MU.
2$^B$ / 97 / 1 M. 1940 22/8
AMSTERDAM, 20 AUG. 1940
ROKIN 149, TEL. 32783, INTERC. R 0415

Bericht op brief van: ---

Betreft: A. Zwaan, Amsterdam.

Den Heer DIRECTEUR van het Marktwezen
te
AMSTERDAM.

Verzoeke bij beantwoording aan te halen:
Dossier: 7567-2.
No.: en Afd.:

Bijlagen: ---

[Handgeschreven aantekening: Sec. in Antwoorde (?)]

In verband met de pogingen, welke door A. Zwaan, geb. 23-7-1904, wonende alhier, Fahrenheitstraat 82 hs. worden aangewend ter verkrijging van een vergunning voor het venten met fruit in de gemeente Amsterdam, moge ik het volgende onder Uw aandacht brengen.

Zwaan is belanghebbende in den zin der Zuiderzeesteunwet. In November 1939 werd hij geplaatst als arbeider in algemeenen dienst bij het Departement van Defensie. Voordien was hij vischventer te Amsterdam. In Mei 1940 werd Zwaan uit den Dienst bij het Departement van Defensie ontslagen. Hij vatte zijn oude beroep van vischventer weder op.

De huidige omstandigheden in den vischhandel gelden voor Zwaan, die zijn klantenwijk weder moest opbouwen, bijzonder zwaar. Tot op heden is het hem dan ook niet mogen gelukken weer een bestaan in het vischventersbedrijf te vinden.

Zwaan wil derhalve trachten met den fruithandel in zijn onderhoud te voorzien, zoolang de omstandigheden voor den vischhandel niet verbeteren.

Aangezien het hier een belanghebbende betreft in den zin der Zuiderzeesteunwet, zal het dezerzijds zeer op prijs worden gesteld, wanneer hem een vergunning voor het venten met fruit kan worden verleend.

DE DIRECTEUR VAN DEN RIJKSDIENST TER UITVOERING VAN DE ZUIDERZEESTEUNWET,

[Handtekening: Kempe]

9499-'38 In deze brief pleit de Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet bij de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam voor de toekenning van een ventvergunning voor fruit aan de heer A. Zwaan.

De kern van het betoog is dat Zwaan een 'belanghebbende' is onder de Zuiderzeesteunwet, wat betekent dat hij direct of indirect schade heeft ondervonden van de afsluiting van de Zuiderzee. De brief schetst zijn recente loopbaan: hij was oorspronkelijk visboer, werkte tijdens de mobilisatie (nov. 1939 - mei 1940) voor Defensie, maar na zijn ontslag (waarschijnlijk als gevolg van de Nederlandse capitulatie in mei 1940) bleek het onmogelijk om zijn viswijk weer rendabel op te bouwen. De Rijksdienst ondersteunt zijn verzoek om over te stappen op de fruithandel als noodoplossing voor zijn levensonderhoud. 1. Zuiderzeesteunwet 1925: Deze wet was bedoeld om mensen die economisch getroffen werden door de aanleg van de Afsluitdijk en de inkrimping van de visserij te ondersteunen. Dit kon via uitkeringen, maar vaker via hulp bij omscholing of het vinden van ander werk. Visventers vielen hieronder omdat hun aanvoerlijnen en markt veranderden.
2. Tijdsgewricht (Augustus 1940): De brief is geschreven slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De verwijzing naar het ontslag bij Defensie in mei 1940 duidt op de demobilisatie van het Nederlandse leger en de civiele diensten na de overgave.
3. Economische situatie: De brief illustreert de economische ontwrichting in de eerste oorlogsmaanden. Voor een kleine zelfstandige zoals een visventer was het wegvallen van een klantenkring gedurende een half jaar mobilisatie fataal, zeker in een tijd waarin de handel door de bezettingsomstandigheden (distributie, schaarste) bemoeilijkt werd. De overheid probeerde via dergelijke interventies sociale nood te voorkomen.

Samenvatting

In deze brief pleit de Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet bij de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam voor de toekenning van een ventvergunning voor fruit aan de heer A. Zwaan.

De kern van het betoog is dat Zwaan een 'belanghebbende' is onder de Zuiderzeesteunwet, wat betekent dat hij direct of indirect schade heeft ondervonden van de afsluiting van de Zuiderzee. De brief schetst zijn recente loopbaan: hij was oorspronkelijk visboer, werkte tijdens de mobilisatie (nov. 1939 - mei 1940) voor Defensie, maar na zijn ontslag (waarschijnlijk als gevolg van de Nederlandse capitulatie in mei 1940) bleek het onmogelijk om zijn viswijk weer rendabel op te bouwen. De Rijksdienst ondersteunt zijn verzoek om over te stappen op de fruithandel als noodoplossing voor zijn levensonderhoud.

Historische Context

  1. Zuiderzeesteunwet 1925: Deze wet was bedoeld om mensen die economisch getroffen werden door de aanleg van de Afsluitdijk en de inkrimping van de visserij te ondersteunen. Dit kon via uitkeringen, maar vaker via hulp bij omscholing of het vinden van ander werk. Visventers vielen hieronder omdat hun aanvoerlijnen en markt veranderden.
  2. Tijdsgewricht (Augustus 1940): De brief is geschreven slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De verwijzing naar het ontslag bij Defensie in mei 1940 duidt op de demobilisatie van het Nederlandse leger en de civiele diensten na de overgave.
  3. Economische situatie: De brief illustreert de economische ontwrichting in de eerste oorlogsmaanden. Voor een kleine zelfstandige zoals een visventer was het wegvallen van een klantenkring gedurende een half jaar mobilisatie fataal, zeker in een tijd waarin de handel door de bezettingsomstandigheden (distributie, schaarste) bemoeilijkt werd. De overheid probeerde via dergelijke interventies sociale nood te voorkomen.

Gerelateerde Documenten 6