Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie). 7 mei 1940. [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Snema
[Links boven:]
VP/HG.
5/24/5 M.
[Rechts boven:]
7 Mei 1940.
[Adresblok:]
den Heer Directeur der
Markten en Beurzen en van het
Gem.Vischafslagbedrijf,
Leuvehaven 181,
R O T T E R D A M .
[Inhoud:]
Onder dankzegging voor Uw brief d.d. 4 dezer (No. 269 $5^c$) heb ik de eer U beleefd te verzoeken mij alsnog te willen berichten, welke de inhoud is van een zak aardappelen. In verband met het leurdersvraagstuk hier ter stede zijn juist de gegevens betreffende den aanvoer van aardappelen voor mij van bijzonder belang.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een formeel administratief schrijven waarin wordt verzocht om een verduidelijking van de standaardmaat ("de inhoud") van een zak aardappelen. De aanleiding hiervoor is het zogenaamde "leurdersvraagstuk": de regulering van straathandelaren en venters in de stad. De afzender, waarschijnlijk het hoofd van een andere gemeentelijke dienst, heeft deze gegevens nodig voor beleidsvorming of handhaving. De toon is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de bestuurscultuur van die tijd. De datum van dit document, 7 mei 1940, is historisch saillant. Het werd geschreven slechts drie dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De brief laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie in Rotterdam tot op het allerlaatste moment van vrede bezig was met alledaagse regelgeving en marktbeheer. Het genoemde adres, Leuvehaven 181, bevond zich in het hart van Rotterdam; dit hele gebied zou slechts een week na de datum van deze brief, op 14 mei 1940, vrijwel volledig worden weggevaagd tijdens het bombardement op Rotterdam. Het "leurdersvraagstuk" was in de jaren '30 en begin jaren '40 een groot punt van discussie in Nederlandse steden, waarbij getracht werd de ongecontroleerde straatverkoop in te dammen ter bescherming van de gevestigde middenstand. M. Snema
Samenvatting
De brief is een formeel administratief schrijven waarin wordt verzocht om een verduidelijking van de standaardmaat ("de inhoud") van een zak aardappelen. De aanleiding hiervoor is het zogenaamde "leurdersvraagstuk": de regulering van straathandelaren en venters in de stad. De afzender, waarschijnlijk het hoofd van een andere gemeentelijke dienst, heeft deze gegevens nodig voor beleidsvorming of handhaving. De toon is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"), passend bij de bestuurscultuur van die tijd.
Historische Context
De datum van dit document, 7 mei 1940, is historisch saillant. Het werd geschreven slechts drie dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De brief laat zien dat de gemeentelijke bureaucratie in Rotterdam tot op het allerlaatste moment van vrede bezig was met alledaagse regelgeving en marktbeheer. Het genoemde adres, Leuvehaven 181, bevond zich in het hart van Rotterdam; dit hele gebied zou slechts een week na de datum van deze brief, op 14 mei 1940, vrijwel volledig worden weggevaagd tijdens het bombardement op Rotterdam. Het "leurdersvraagstuk" was in de jaren '30 en begin jaren '40 een groot punt van discussie in Nederlandse steden, waarbij getracht werd de ongecontroleerde straatverkoop in te dammen ter bescherming van de gevestigde middenstand.