Handgeschreven ambtelijke notitie of samenvatting van correspondentie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of samenvatting van correspondentie. Schrijven dept^t Landb. & Visscherij
Geeft geen direct antwoord op door B & W
gestelde vraag;
Geeft verklaring waarom prijzen hoog waren
Hierbij op te merken:
Na de daling veilingprijzen bloemkool
van 24 Juli – 6 Augustus, prijzen weer gestegen
(veel)
Veilingprijzen Loosduinen, Veilingen Langendijk
en de Streek
omstreeks midden Augustus f 7.- tot f 15.- id naar kwaliteit
" eind " f 3.50 tot f 19.- id en grootte
" midden September f 2.50 tot f 15.- id id
(dit zijn uitersten welke aan de benedenkant de kleinste exemplaren
aan de bovenkant event. verkochte extra kwaliteit bevatten)
Marktprijzen A’dam die in week
29 Juli – 3 Aug voor de I, II & III^e kwaliteit
resp. 22, 16 en 9 cent per stuk beliepen
waren 5-10 Aug resp 21, 12 & 9 cent en hebben
zich tot midden Sept. bewogen.
I^e kwaliteit ca 16-20 cent }
II^e " " 12-15 " } (weekgemiddelden)
III^e " " 8-10 " }
Dit geeft ander beeld t.o.v. winsten
welke door handel zouden worden
gemaakt dan uit het schrijven van den Gen. Landb.
dat de schuld voor hooge prijzen op den handel tracht
te schuiven. Het document is een kritische kanttekening bij een officiële rapportage van het Departement van Landbouw & Visscherij. De auteur van de notitie stelt vast dat het Departement geen direct antwoord geeft op vragen van het college van B & W, maar slechts een algemene verklaring geeft voor de hoge prijzen.
De kern van het betoog is een vergelijking tussen de veilingprijzen (de inkoopprijs voor de handel) in belangrijke tuinbouwgebieden zoals Loosduinen en Langedijk, en de uiteindelijke marktprijzen (retailprijzen) in Amsterdam. De auteur voert gedetailleerde prijsgegevens aan over de maanden juli tot en met september om aan te tonen dat de marges voor de handel niet zo buitensporig zijn als het Departement suggereert. De conclusie van de schrijver is dat het Departement de zwartepiet onterecht bij de handel probeert te leggen voor de hoge consumentenprijzen. Dit document past in een tijdsbeeld waarin de overheid trachtte grip te krijgen op de voedselprijzen en de werking van de markt. Vooral in tijden van economische schaarste of crisis (zoals de jaren '30) was de prijs van basisbehoeften zoals bloemkool een politiek gevoelig punt.
De genoemde regio's (Loosduinen, Langedijk en 'de Streek' in West-Friesland) waren de belangrijkste centra voor de Nederlandse groenteteelt. De discussie over de "marge" tussen veiling en winkel is een klassiek spanningsveld in de agrarische sector, waarbij de overheid vaak de handel beschuldigde van speculatie of prijsopdrijving, terwijl de sector zelf wees op de marktwerking en de uitersten in kwaliteit en grootte die de gemiddelde prijs beïnvloeden.