Ambtelijke brief/doorslag.
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag. 1 mei 1940. De Directeur van een niet nader genoemde (waarschijnlijk Amsterdamse) gemeentelijke dienst. Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, gevestigd aan de Sint Agnietenstraat 4 te Amsterdam. [Handgeschreven rechtsboven:]
ter. k. diena.
[Getypt linksboven:]
VP/HG.
7/6/3 M.
[Handgeschreven midden:]
Verzonden 1/5-40.
[Getypt rechts:]
1 Mei 1940.
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
Sint Agnietenstraat 4,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 April jl., houdende mededeeling, dat door het Rijksbureau voor Rubber vergunning tot aankoop van een auto-buitenband en binnenband voor mijn dienst is verleend, heb ik de eer U te berichten, dat de bedoelde auto waarschijnlijk eerlang zal worden ingeruild. Ik geef er daarom de voorkeur aan, niet tot aanschaffing van de bedoelde banden over te gaan.
De Directeur, * Afzender: De Directeur van een niet nader genoemde (waarschijnlijk Amsterdamse) gemeentelijke dienst.
* Ontvanger: Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, gevestigd aan de Sint Agnietenstraat 4 te Amsterdam.
* Inhoud: De afzender reageert op een bericht van 27 april 1940 waarin werd gemeld dat er een vergunning was verleend voor de aanschaf van een nieuwe buiten- en binnenband voor een dienstvoertuig. De directeur ziet hier echter van af, omdat de betreffende auto binnenkort zal worden ingeruild.
* Administratieve details: De brief vermeldt het 'Rijksbureau voor Rubber'. Dit was een overheidsinstantie die verantwoordelijk was voor de distributie en rantsoenering van rubber, een schaars goed in de aanloop naar en tijdens de oorlogsjaren. Dit document is gedateerd op 1 mei 1940, exact negen dagen voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het illustreert de verregaande bureaucratische controle op strategische materialen (zoals rubber) in een tijd van internationale spanning en schaarste.
In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog werden diverse 'Rijksbureaus' opgericht om de distributie van grondstoffen te reguleren onder de Distributiewet van 1939. Het feit dat er voor een enkele autoband een vergunning van een Rijksbureau nodig was, toont aan hoe streng de rantsoenering reeds was vóór de feitelijke bezetting. Het Gemeentelijk Materialenbureau fungeerde hierbij als tussenpersoon voor de verschillende Amsterdamse stadsdiensten. De formele toon ("heb ik de eer U te berichten") is typerend voor de ambtelijke correspondentie van die periode. Rijksbureau