Officiële brief / circulaire van de gemeente.
Origineel
Officiële brief / circulaire van de gemeente. 5 augustus 1940. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Koptekst in stempel/druk]
№ 7/16/1 M. 1940 6/8
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 471 G.B. 1940.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven]
7 Aug 40
zie Hr. Jippes
Hr Jonkman
Amsterdam, 5 Augustus 1940.
Reeds geruimen tijd hadden wij ons voorgenomen het beheer en het onderhoud der gemeente-auto’s te centraliseeren. Nu de nieuwe werkplaatsen der Stadsreiniging gereed zijn gekomen, welke volledig ingericht zijn voor het repareeren en afstellen van auto’s, hebben wij in beginsel bepaald, dat bedoelde werkzaamheden ten behoeve der auto’s bij de Gemeente in gebruik, zooveel mogelijk bij de Stadsreiniging zullen worden uitgevoerd. Ook de in gebruik zijnde huurauto’s moeten door genoemden dienst worden gekeurd en gecontroleerd.
Voorshands ligt het in de bedoeling van de centralisatie van het onderhoud uit te zonderen het materieel van de Gemeentetram en de Brandweer. Echter staat het personeel en de inrichting der Stadsreiniging ter beschikking, indien dit door genoemde diensten voor onderzoek van en reparatie-werkzaamheden aan hun materieel gewenscht mocht worden.
Ter uitvoering van deze centralisatie van het beheer en onderhoud der auto’s, verzoeken wij U, in overleg te treden met den Directeur der Stadsreiniging en ons mede te deelen, welke regeling in dezen voor Uw dienst of bedrijf wenschelijk wordt geacht.
Voorts hebben wij, in verband met de bijzondere omstandigheden, den Bedrijfseconomisch Adviseur uitgenodigd, te rapporteeren over de vragen:
a. of het wenschelijk is bepaalde wagens, waarvoor rijvergunning is verkregen, te vervangen door wagens van een ander merk of kleiner type, b.v. de nog beschikbare D.K.W.-wagens;
b. of het mogelijk is meer rijvergunningen te verkrijgen, indien zware wagens door lichtere worden vervangen;
c. hoe de positie is van de door de Gemeente gehuurde wagens.
/S.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Signatuur]
de Secretaris,
[Signatuur: Vranken]
Aan Heeren Hoofden van
Diensten en Bedrijven. In deze brief kondigt het college van B&W van Amsterdam de centralisatie van het onderhoud van het gemeentelijke wagenpark aan. De nieuwe centrale spil wordt de werkplaats van de Stadsreiniging. Opvallend is dat de Gemeentetram en de Brandweer buiten deze verplichte regeling vallen, waarschijnlijk vanwege hun specifieke technische materieel.
De brief bevat een duidelijke beleidswijziging waarbij niet alleen gemeentevoertuigen, maar ook huurauto's voortaan centraal gecontroleerd moeten worden. De "vragen a, b en c" aan het einde van de brief wijzen op een actieve sturing op efficiëntie en vlootbeheer. De datum van de brief, 5 augustus 1940, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland is op dat moment net enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De "bijzondere omstandigheden" waar de brief naar verwijst, duiden op de directe gevolgen van de bezetting: de schaarste aan brandstof, rubber en onderdelen.
De verwijzing naar "rijvergunningen" en de suggestie om zware wagens te vervangen door lichtere types (zoals de genoemde D.K.W.'s) laat zien dat de gemeente Amsterdam direct te maken kreeg met rantsoenering en beperkingen opgelegd door de bezetter. Het centraliseren van onderhoud bij de Stadsreiniging was waarschijnlijk een noodgreep om met beperkte middelen en brandstof toch de noodzakelijke stedelijke diensten draaiende te houden. De secretaris die ondertekent is G.P. Vranken.