Archiefdocument
Origineel
Nº 7/17/3 M. 1940 23/8
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
[Logo: Wapen van Amsterdam]
GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU
AMSTERDAM (C.), 20 Augustus 19 40.
~~SINT AGNIETENSTRAAT 4 TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.~~
Oudezijds Achterburgwal 213.
AAN den Heer Directeur v/h Marktwezen te Amsterdam.
No. 5/18 G.M.B.
[Handgeschreven in de marge, rood/potlood:]
niets bij mij
Hr Josten
17/-
Ten vervolge op mijn schrijven van 7 Augustus l.l., No. 5/18 G.M.B., deel ik U mede, dat het Gemeentelijk Materialenbureau van het Rijksbureau voor Aardolieproducten vergunning heeft ontvangen voor verbruik door Uw Dienst uit Uw geblokkeerde voorraad gedurende de periode van 10 Augustus 1940 tot en met 9 September 1940 tot een maximum van ........ dertig .................... (....30....) l petroleum.
Mocht het onvermijdelijk zijn de toegestane hoeveelheid te overschrijden, dan gelieve U zich vooraf tijdig met mijn Bureau in verbinding te stellen.
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Handtekening: E. de Kruijff]
(Ir. E. de Kruijff).
1000-11-'39
--- * Administratieve wijzigingen: De brief toont een adreswijziging van de Sint Agnietenstraat naar de Oudezijds Achterburgwal 213, wat handmatig op het briefpapier is gecorrigeerd.
* Schaarsheid en Controle: Het document illustreert de strikte controle op brandstoffen direct na het begin van de bezetting. Zelfs een gemeentelijke dienst (Marktwezen) had expliciete toestemming nodig van het Rijksbureau voor Aardolieproducten om over hun eigen "geblokkeerde voorraad" te beschikken.
* Hoeveelheid: De vergunde hoeveelheid van 30 liter petroleum voor een periode van een maand is naar moderne maatstaven zeer gering, wat de ernst van de toenmalige distributiemaatregelen benadrukt.
* Interne notities: De handgeschreven krabbels in de marge ("niets bij mij / Hr Josten") duiden op interne verwerking bij de ontvangende dienst, waarbij waarschijnlijk werd gecontroleerd of er bijbehorende stukken aanwezig waren.
--- Deze brief dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bezetter voerde direct een stringent distributiestelsel in om de schaarse middelen (met name brandstoffen zoals aardolie) te beheersen ten behoeve van de eigen oorlogvoering en de civiele orde.
Het Rijksbureau voor Aardolieproducten was een van de vele rijksbureaus die onder het Ministerie van Economische Zaken vielen en verantwoordelijk waren voor de toewijzing van grondstoffen. Het Gemeentelijk Materialen Bureau (GMB) fungeerde hierbij als intermediair tussen de landelijke instanties en de diverse Amsterdamse gemeentelijke diensten. De genoemde Ir. E. de Kruijff was een sleutelfiguur in de logistieke organisatie van de stad Amsterdam gedurende de oorlogsjaren. E. de Kruijff Marktwezen Rijksbureau