Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven rechtsboven:]
ter h. Sipma
ter h. Jonkman
[Getypt rechtsboven:]
HG.
[Handgeschreven linksboven:]
Muiden 27/8 - '40
[Getypt links:]
7/17/7 M.
[Adressering rechtsboven:]
het Gemeentelijk Materialenbureau,
O.Z. Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
[Datum rechts:]
27 Augustus 1940.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 Augustus jl.
(No. 5/18 G.M.B.) heb ik de eer U te berichten, dat de voor mijn
dienst benoodigde hoeveelheid petroleum over het tijdvak van 10
September - 9 October 1940 wordt geraamd op 30 liter.
De Directeur, * **Onderwerp**: Het document betreft een raming van het benodigde brandstofverbruik (petroleum) voor een specifieke dienst over de periode van een maand.
- Stijl: De brief is geschreven in de destijds gebruikelijke formele en eerbiedige ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten").
- Administratieve sporen: De handgeschreven namen rechtsboven ("Sipma", "Jonkman") wijzen waarschijnlijk op de ambtenaren bij het Materialenbureau die de aanvraag in behandeling namen. De notitie "Muiden" duidt op de herkomst van de aanvraag.
- Rantsoenering: De precisie van de raming (30 liter voor exact één maand) duidt op een strikte controle op het verbruik van schaarse goederen. Dit document stamt uit augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Direct na de capitulatie in mei 1940 werd een begin gemaakt met een streng distributiestelsel voor brandstoffen en grondstoffen om de schaarste te beheersen en de economie te controleren.
Het Gemeentelijk Materialenbureau in Amsterdam speelde een centrale rol in de toewijzing van deze middelen aan verschillende diensten en bedrijven. Deze brief is een direct bewijs van de bureaucratische rompslomp die gepaard ging met de oorlogseconomie, waarbij zelfs relatief kleine hoeveelheden petroleum (gebruikt voor verwarming, verlichting of reiniging) vooraf moesten worden aangevraagd en verantwoord. De vestigingsplaats van het bureau, O.Z. Achterburgwal 213, was een bekend adres voor dergelijke administratieve aangelegenheden in het centrum van Amsterdam. O.Z. Achterburgwal
Samenvatting
- Onderwerp: Het document betreft een raming van het benodigde brandstofverbruik (petroleum) voor een specifieke dienst over de periode van een maand.
- Stijl: De brief is geschreven in de destijds gebruikelijke formele en eerbiedige ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten").
- Administratieve sporen: De handgeschreven namen rechtsboven ("Sipma", "Jonkman") wijzen waarschijnlijk op de ambtenaren bij het Materialenbureau die de aanvraag in behandeling namen. De notitie "Muiden" duidt op de herkomst van de aanvraag.
- Rantsoenering: De precisie van de raming (30 liter voor exact één maand) duidt op een strikte controle op het verbruik van schaarse goederen.
Historische Context
Dit document stamt uit augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Direct na de capitulatie in mei 1940 werd een begin gemaakt met een streng distributiestelsel voor brandstoffen en grondstoffen om de schaarste te beheersen en de economie te controleren.
Het Gemeentelijk Materialenbureau in Amsterdam speelde een centrale rol in de toewijzing van deze middelen aan verschillende diensten en bedrijven. Deze brief is een direct bewijs van de bureaucratische rompslomp die gepaard ging met de oorlogseconomie, waarbij zelfs relatief kleine hoeveelheden petroleum (gebruikt voor verwarming, verlichting of reiniging) vooraf moesten worden aangevraagd en verantwoord. De vestigingsplaats van het bureau, O.Z. Achterburgwal 213, was een bekend adres voor dergelijke administratieve aangelegenheden in het centrum van Amsterdam.