Formulier (Aanvraagformulier voor de toewijzing van minerale smeeroliën en vetten).
Origineel
Formulier (Aanvraagformulier voor de toewijzing van minerale smeeroliën en vetten). Ingevuld in 1940, betrekking hebbend op de periode 1 januari 1941 tot en met 31 maart 1941. TOELICHTING voor juiste invulling van kolom C
Bij de beantwoording van kolom C moet elke olie- of vetsoort worden aangegeven met een groepsnummer (zie lijst hieronder). [...]
GROEPENLIJST
1. Stoomcylinderolie voor verzadigden stoom...
[...]
7. Motorolie voor stationnaire- en scheepsverbrandingsmotoren...
[...]
11. Transformator- en schakelolie...
[...]
14. Machine-olie zwaar, visc. 5—7° E/50° C.
15. Machine-olie zwaar, visc. boven 7° E/50° C.
[...]
21. Hoogwaardige vetten (kogellagervet, hoogsmeltpuntvet, walsenvet, enz.).
BEDR. CAT. No. [niet ingevuld]
1 Liter wordt geacht te zijn 0,9 kg. Alle gewichten in netto kg opgeven.
Ik (wij) heb(ben) voor richtige uitoefening van mijn (ons) bedrijf en met inachtname van de grootst mogelijke zuinigheid gedurende het tijdvak 1 Januari 1941 tot en met 31 Maart 1941 de hieronder volgende hoeveelheden minerale smeeroliën en vetten noodig.
| Code No. | Naam leverancier | Adres leverancier | Groepsnr. | Naam van het product | Voor welke machine / welk doel? | Verbruik 1938 | Verbruik 1939 | Voorraad | Benodigde aanvulling | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bat. Petr. Mij | a'dam | 11 | K 8 | Koelmach. - loketelaars | 100 | 44 | 64 | nihil | ||
| " " | " | 14 | ED2 | El. motoren | 23 | 10 | 29 | nihil | ||
| " " | " | 7 | C 3 | Comp. carter | 50 | 25 | 45 | nihil | ||
| " " | " | 15 | BL 3 | Wormkast en lift | 12 | nihil | nihil | nihil | 20 kg | |
| " " | " | 21 | Rossgol | Kogellagers etc | 22 | 28 | 14 | nihil |
Ondergeteekende(n), hoofd(en) der onderneming
te [blanco] verklaart (verklaren) bovengenoemde opgaven zonder eenig voorbehoud en geheel naar waarheid te hebben verstrekt.
[blanco], den [blanco] 1940.
(Handteekening) [onleesbaar/blanco]
De Smeeroliebeschikking 1940 verbiedt in het algemeen leveranciers smeerolie af te leveren zonder vergunning. Onverminderd Uw verplichting tot voorraadopgave brengt Uw eigen belang als verbruiker dus mede, dat U dit formulier, behoorlijk ingevuld, ter verkrijging van een vergunning te Uwen gunste, inzendt aan het Rijksbureau voor Aardolieproducten, Sectie I (Smeeroliën). Dit document is een administratief bewijsstuk van de distributiestamkaart voor olieproducten in Nederland aan het begin van de Duitse bezetting. Enkele opvallende punten:
- Rationering: Het formulier illustreert de stringente controle op strategische grondstoffen. Bedrijven moesten gedetailleerd hun verbruik uit de jaren voor de oorlog (1938-1939) opgeven om hun huidige behoefte te rechtvaardigen.
- Zuinigheid: De tekst benadrukt "de grootst mogelijke zuinigheid", wat wijst op de schaarste die onmiddellijk na de invasie ontstond.
- Leverancier: De aanvrager betrekt al zijn producten van de "Bat. Petr. Mij" (Shell) in Amsterdam. Volgens de kantlijnnotitie mochten kleinverbruikers (onder de 1000 kg) slechts één leverancier opgeven.
- Technische specificaties: De groepenlijst geeft een interessant overzicht van de industriële stand der techniek in 1940, met onderscheid tussen verschillende soorten stoom- en motoroliën op basis van viscositeit en toepassing (bijv. "wormkast en lift"). Kort na de Duitse inval in mei 1940 werd de distributie van vrijwel alle essentiële goederen in Nederland gecentraliseerd onder zogenaamde "Rijksbureaus". Het Rijksbureau voor Aardolieproducten was verantwoordelijk voor het beheer van de beperkte voorraden olie en vetten, die essentieel waren voor zowel de voedselvoorziening als de industrie (en de Duitse oorlogsmachine).
De Smeeroliebeschikking 1940 markeerde de overgang van een vrije markt naar een geleide economie. Voor bedrijven betekende dit een enorme toename in bureaucratie; zonder de juiste vergunningen en formulieren kon een machinepark letterlijk tot stilstand komen door gebrek aan smering. Het document toont de beginfase van deze schaarste-economie, waarbij de vergelijking met het "normale" verbruik van 1938 nog als ijkpunt diende. Rijksbureau