Getypte ambtelijke opgave/bijlage bij een brief.
Origineel
Getypte ambtelijke opgave/bijlage bij een brief. 30 augustus 1940 (betreft cijfers over juli 1940). Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort bij brief no.10/4/10 M.d.d. 30 Augustus 1940 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Opgave over de maand Juli 1940 van de financieele gevolgen die het Marktwezen (inclusief het bedrijf van de Centrale Markt en het bedrijf van de Vischmarkt) van den oorlogstoe-stand ondervindt.
A. NADEELIGE FINANCIEELE GEVOLGEN.
Huurderving ontstaan door het als gevolg van den oorlogstoestand ontbinden van huurovereenkomsten — ƒ 412,51
Mindere opbrengst van belastingheffingen — " 1728,44
Teruggaaf van marktgelden aan gemobiliseerden geweest zijnde kooplieden — " 122,77
Hoogere uitgaven door prijsstijging — " P.M.
———————
ƒ 2263,72
==========
B. VOORDEELIGE FINANCIEELE GEVOLGEN.
Vergoedingen voor het in gebruik geven van kantoor- en pakhuisruimten voor militaire doeleinden — ƒ 104,10
========== Het document is een zakelijke, financiële verantwoording van de directe impact van de vroege oorlogsmaanden op de gemeentelijke marktexploitatie. De tekst is opgesteld met een schrijfmachine en hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "financieele", "Vischmarkt" en de naamvalsvormen "den").
Opvallend is de gedetailleerde uitsplitsing:
1. Er is sprake van directe inkomstenderving door het opzeggen van huurcontracten en dalende belastinginkomsten.
2. Er wordt rekening gehouden met de sociale aspecten van de oorlog: "gemobiliseerden geweest zijnde kooplieden" kregen hun marktgelden terug.
3. De post "prijsstijging" is gemarkeerd als P.M. (pro memorie), wat aangeeft dat men wel een stijging verwachtte of zag, maar deze nog niet exact in cijfers kon uitdrukken.
4. De "voordelige" gevolgen bestaan uitsluitend uit inkomsten door de inkwartiering van militairen of het vorderen van ruimtes voor militaire logistiek. Dit document stamt uit augustus 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. De Nederlandse administratie en het dagelijks leven gingen onder Duitse bezetting in eerste instantie door, maar de economische ontwrichting werd direct zichtbaar.
De "oorlogstoestand" waarover gesproken wordt, had grote invloed op de voedselvoorziening en logistiek. De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de terminologie) was het hart van de distributie. Dat kooplieden gemobiliseerd waren, duidt op de Nederlandse mobilisatie die voorafging aan de inval; na de overgave keerden velen terug, maar hun handel lag vaak stil. De post over "militaire doeleinden" kan zowel betrekking hebben op de restanten van het Nederlandse leger als op de nieuwe Duitse bezettingsmacht die gebouwen vorderde voor hun eigen logistiek.