Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 46
Dossier 93
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie/memo betreffende marktgelden.

Origineel

Ambtelijke notitie/memo betreffende marktgelden. Nº 21/10/1 M. 1940 13/3 [stempel/rood:] 21/10/217 1

P. Ph. Bakker, Geldersekade No 57.
heeft een verklaring geteekend voor het
opnemen van plaatsen aan de brand-
stoffenmarkt voor het kalenderjaar 1940.
met de navolgende vaartuigen:
Harry 56 ton
no 124 B 27 ton

Het verschuldigde marktgeld groot f 77.-
wenscht hij in 4 termijnen elk groot f 19.25
te voldoen.

De eerste termijn verviel op 2 Januari 1940.
na herhaalde telefonische aanmaningen
om dit termijn te voldoen ontving hij
op 19 Febr 1940 een schriftelijke aanmaning
ook de controleur Reymat heeft hem
bij herhaling aangemaand.

Bakker heeft per telefoon medegedeeld, dat hij
in financieele moeilijkheden verkeert,
maar zou zorgen binnen afzienbaren
tijd te zullen betalen.

Intusschen is nog steeds geen betaling
binnengekomen en m.i. dienen er
nu strengere maatregelen genomen te
worden.

M.i. moet op korten termijn een datum
worden vastgesteld waarop de eerste termijn
moet zijn voldaan. Indien daaraan
niet wordt voldaan zullen de vaartuigen
v. de brandstoffenmarkt verwijderd moeten
worden. Een en ander schriftelijk mededeelen.

13-3-1940
[Paraaf]

[Kader linksonder:]
Bakker heeft 13/3 1940
telef. gesproken met d. v. d. Haak
Bakker zal voor einde
maart betalen. Dit document is een ambtelijk verslag over de wanbetaling van liggelden (marktgeld) door een schipper of handelaar genaamd P. Ph. Bakker. Bakker had ligplaatsen gereserveerd op de brandstoffenmarkt voor twee van zijn schepen: de 'Harry' (56 ton) en de 'no 124 B' (27 ton). Het totale bedrag van 77 gulden zou in vier termijnen worden voldaan.

Uit het verslag blijkt een proces van herhaaldelijke aanmaningen: eerst telefonisch, daarna schriftelijk en ook persoonlijk door een controleur genaamd Reymat. Bakker voert financiële problemen aan als reden voor het uitblijven van de eerste termijn, die al op 2 januari had moeten zijn voldaan. De ambtenaar adviseert om een harde deadline te stellen, met als dreigement het verwijderen van de schepen van de markt. Een latere aantekening (in het kader) vermeldt echter dat er op de dag van schrijven (13 maart) opnieuw telefonisch contact is geweest, waarbij Bakker heeft toegezegd voor het einde van de maand te betalen. Het document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Geldersekade is een bekende gracht in het centrum van Amsterdam, wat suggereert dat dit een dossier uit het Amsterdams gemeentearchief is (waarschijnlijk van de Marktwezen-afdeling).

De "brandstoffenmarkt" was een specifieke locatie waar schepen met kolen, turf en hout aanlegden voor de handel. In een tijd waarin veel huishoudens nog afhankelijk waren van vaste brandstoffen voor verwarming en koken, was dit een cruciale economische plek. De financiële moeilijkheden van Bakker kunnen een teken zijn van de economische onzekerheid en de stijgende prijzen in de periode van de mobilisatie, vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland. De toon van de ambtenaar is formeel en streng, wat typerend is voor de bureaucratische afhandeling van marktgelden in die periode.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag over de wanbetaling van liggelden (marktgeld) door een schipper of handelaar genaamd P. Ph. Bakker. Bakker had ligplaatsen gereserveerd op de brandstoffenmarkt voor twee van zijn schepen: de 'Harry' (56 ton) en de 'no 124 B' (27 ton). Het totale bedrag van 77 gulden zou in vier termijnen worden voldaan.

Uit het verslag blijkt een proces van herhaaldelijke aanmaningen: eerst telefonisch, daarna schriftelijk en ook persoonlijk door een controleur genaamd Reymat. Bakker voert financiële problemen aan als reden voor het uitblijven van de eerste termijn, die al op 2 januari had moeten zijn voldaan. De ambtenaar adviseert om een harde deadline te stellen, met als dreigement het verwijderen van de schepen van de markt. Een latere aantekening (in het kader) vermeldt echter dat er op de dag van schrijven (13 maart) opnieuw telefonisch contact is geweest, waarbij Bakker heeft toegezegd voor het einde van de maand te betalen.

Historische Context

Het document dateert van maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Geldersekade is een bekende gracht in het centrum van Amsterdam, wat suggereert dat dit een dossier uit het Amsterdams gemeentearchief is (waarschijnlijk van de Marktwezen-afdeling).

De "brandstoffenmarkt" was een specifieke locatie waar schepen met kolen, turf en hout aanlegden voor de handel. In een tijd waarin veel huishoudens nog afhankelijk waren van vaste brandstoffen voor verwarming en koken, was dit een cruciale economische plek. De financiële moeilijkheden van Bakker kunnen een teken zijn van de economische onzekerheid en de stijgende prijzen in de periode van de mobilisatie, vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland. De toon van de ambtenaar is formeel en streng, wat typerend is voor de bureaucratische afhandeling van marktgelden in die periode.

Gerelateerde Documenten 6