Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 118
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

12 april 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of belastingdienst).

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 12 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of belastingdienst). [Handgeschreven, rechtsboven:]
ter k. de Haan
ter k. Müller

[Typemachine:]
vP/DV.

21/17/2 M.
1

[Handgeschreven stempel/notitie, midden boven:]
Verzonden 13/4-'40.

12 April 1940.

Kwijtschelding marktgeld brand-
stoffenmarkten aan Wed.F.A.Brink.

den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 8 April jl. door den notaris A.van Riel aan mij gerichten brief. Wijlen F.A. Brink had voor het kalenderjaar 1940 ligplaats gekozen aan de brandstoffenmarkten hier ter stede met een vaartuig groot 150 ton. Van het terzake verschuldigde marktgeld ten bedrage van f 150,- heeft hij een termijn van f 37,50 betaald. Het vaartuig heeft op 8 April jl. de brandstoffenmarkten verlaten. Indien het marktgeld volgens het tarief per kalendermaand en per kalenderweek betaald zou zijn, zou terzake tot 8 April jl. verschuldigd zijn geweest een bedrag van 3 x 150 x 10 cent + 1 x 150 x 2½ cent = f 48,75. Het lijkt mij daarom billijk aan de weduwe van wijlen F.A.Brink kwijtschelding van door haar verschuldigd marktgeld te verleenen tot een bedrag van f 101,25.

Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders dienovereenkomstig wordt besloten, zulks op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.

De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de vooroorlogse periode ("In bijlage dezes", "heb ik de eer U", "billijk"). De spelling hanteert nog de oude naamvallen en spellingvormen zoals "den Heer" en "gerichten brief".
* Inhoud: De kern van de brief is een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld. De heer F.A. Brink is overleden (vandaar "wijlen"), en zijn weduwe heeft het vaartuig waarmee hij op de brandstoffenmarkt lag, op 8 april 1940 weggehaald. Omdat er voor het hele jaar was gerekend, maar het schip slechts ruim drie maanden aanwezig was, wordt voorgesteld het bedrag naar rato aan te passen.
* Berekening: De directeur rekent voor: 3 maanden (3 x 150 ton x 10 cent) plus 1 week (1 x 150 ton x 2,5 cent), wat neerkomt op 48,75 gulden. De rest van het jaarbedrag (150 - 48,75 = 101,25 gulden) hoeft de weduwe dan niet te betalen.
* Juridische basis: Er wordt specifiek verwezen naar artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. Dit document is gedateerd op 12 april 1940, minder dan een maand voordat de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbrak (10 mei 1940). Het toont de normale gang van zaken in het gemeentebestuur vlak voor de bezetting.

De "brandstoffenmarkten" waren in die tijd cruciaal voor de distributie van kolen en turf, die per schip naar de stad werden gebracht voor de verwarming van woningen en het draaiende houden van de industrie. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een zware taak vanwege de dreigende schaarste en de voorbereidingen op rantsoenering. Het feit dat dit soort specifieke verzoeken over individuele burgers (de weduwe Brink) op het bureau van de wethouder terechtkwamen, getuigt van een zeer gecentraliseerde en gedetailleerde bureaucratie.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de vooroorlogse periode ("In bijlage dezes", "heb ik de eer U", "billijk"). De spelling hanteert nog de oude naamvallen en spellingvormen zoals "den Heer" en "gerichten brief".
  • Inhoud: De kern van de brief is een verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld. De heer F.A. Brink is overleden (vandaar "wijlen"), en zijn weduwe heeft het vaartuig waarmee hij op de brandstoffenmarkt lag, op 8 april 1940 weggehaald. Omdat er voor het hele jaar was gerekend, maar het schip slechts ruim drie maanden aanwezig was, wordt voorgesteld het bedrag naar rato aan te passen.
  • Berekening: De directeur rekent voor: 3 maanden (3 x 150 ton x 10 cent) plus 1 week (1 x 150 ton x 2,5 cent), wat neerkomt op 48,75 gulden. De rest van het jaarbedrag (150 - 48,75 = 101,25 gulden) hoeft de weduwe dan niet te betalen.
  • Juridische basis: Er wordt specifiek verwezen naar artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.

Historische Context

Dit document is gedateerd op 12 april 1940, minder dan een maand voordat de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbrak (10 mei 1940). Het toont de normale gang van zaken in het gemeentebestuur vlak voor de bezetting.

De "brandstoffenmarkten" waren in die tijd cruciaal voor de distributie van kolen en turf, die per schip naar de stad werden gebracht voor de verwarming van woningen en het draaiende houden van de industrie. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in deze periode een zware taak vanwege de dreigende schaarste en de voorbereidingen op rantsoenering. Het feit dat dit soort specifieke verzoeken over individuele burgers (de weduwe Brink) op het bureau van de wethouder terechtkwamen, getuigt van een zeer gecentraliseerde en gedetailleerde bureaucratie.

Gerelateerde Documenten 6