Getypte ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag). 25 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). Aangeteekend
[Paraaf]
K. Müller [?]
VP/HG.
21/20/2 M.
25 April 1940.
- Teruggave marktgeld brand-
stoffenmarkten aan firma
H.F.van Breemen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de fir-
ma H.F.van Breemen, Lijnbaansgracht 296-298, die onder meer
met vaartuig no.2528 groot 24 ton voor het kalenderjaar 1940
ligplaats heeft gekozen aan de brandstoffenmarkten hier ter
stede, mij schriftelijk heeft bericht, dat zij het vorenbe-
doelde vaartuig met ingang van 1 April jl. heeft verkocht en
het niet meer aan de brandstoffenmarkten gebruikt. Het ter-
zake verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 24,- heeft zij
voldaan en zij verzoekt thans haar een deel van dit marktgeld
terug te geven. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk.
Indien zij het marktgeld volgens het tarief per kalendermaand
had voldaan, zou zij over de eerste drie maanden van dit
jaar schuldig zijn geweest: 3 x 24 x 0,10 = ƒ 7,20.
Ik heb mitsdien de eer U beleefd te verzoeken wel
te willen bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en
Wethouders, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de
heffing van markt-, standplaats en ventgelden, aan de firma
H.F.van Breemen teruggave van betaald marktgeld wordt ver-
leend tot een bedrag van ƒ 24,- - ƒ 7,20 = ƒ 16,80.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van een gemeentelijke dienst adviseert de wethouder om een restitutie te verlenen aan de firma H.F. van Breemen. De firma had voor het gehele jaar 1940 liggeld betaald voor een schip van 24 ton op de brandstoffenmarkt, maar verkocht het schip per 1 april.
* Berekening: Het jaarbedrag was 24 gulden. De directeur rekent uit wat de firma verschuldigd zou zijn geweest over het eerste kwartaal op basis van het maandtarief (10 cent per ton per maand). Dit komt neer op 7,20 gulden. Het restitutiebedrag wordt vastgesteld op het verschil: 16,80 gulden.
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats en ventgelden.
* Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke uiterst beleefde en formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien de eer U beleefd te verzoeken"). * Tijdsbeeld: De datum (25 april 1940) is opmerkelijk: dit is slechts twee weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het document toont de dagelijkse continuïteit van de gemeentelijke administratie in een periode van hoogspanning.
* Locatie: De vermelding van de Lijnbaansgracht duidt op Amsterdam. De brandstoffenmarkten waren cruciaal voor de distributie van kolen en turf, die in die tijd de belangrijkste bronnen voor verwarming en energie waren.
* Sector: Het vervoer van brandstoffen over water was een essentiële schakel in de stedelijke economie. Het vaartuig van 24 ton is naar moderne maatstaven klein, maar was typisch voor de binnenvaart die de Amsterdamse grachten bediende.