Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 132
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Links boven, handgeschreven/stempel:]
Nº 21/20/3 M. 1940 22/5

[Rechts boven, handgeschreven:]
Marktw.

[Links onder het nummer:]
No. 53/5 L.M. 1940.

[Rechts boven de titel:]
Teruggave van marktgeld op grond van billijkheid.

[Gecentreerd:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 10 Mei 1940.

[In de linkermarge staat een schuine handgeschreven paraaf/handtekening, mogelijk "vMüller".]

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,

Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 25 April 1940, No. 21/20/2 M.;

Gelet op art. 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;

B e s l u i t e n :

aan de firma H.F. van Breemen Lijnbaansgracht 296-298, op gronden van billijkheid teruggave van reeds betaald marktgeld te verleenen tot een bedrag van ƒ.16.80.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).

[Links onder de tekst:]
S.

[Rechts onder:]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W). Het betreft een administratieve handeling waarbij een bedrag van 16 gulden en 80 cent wordt gerestitueerd aan de firma H.F. van Breemen, gevestigd aan de Lijnbaansgracht.

De juridische basis voor dit besluit is tweeledig:
1. Formeel: Het verwijst naar artikel 36 van de toenmalige verordening op marktgelden.
2. Inhoudelijk: Het besluit wordt genomen op "gronden van billijkheid". Dit betekent dat er geen strikte wettelijke verplichting was tot terugbetaling, maar dat het college het eerlijk of redelijk vond om het geld terug te geven, bijvoorbeeld omdat de marktmeester of de ondernemer buiten hun schuld om de gereserveerde plek niet konden gebruiken.

Het document toont de ambtelijke weg: een voorstel van een specifieke wethouder, gebaseerd op een rapport van de directeur van de relevante dienst (Marktwezen), gevolgd door een besluit dat ter notificatie naar verschillende afdelingen (Levensmiddelen en Financiën) wordt gestuurd. De meest opvallende eigenschap van dit document is de datum: Vrijdag 10 mei 1940. Dit is de dag van de Duitse inval in Nederland. Terwijl de oorlog op die vroege ochtend uitbrak en de stad in verwarring moet zijn geweest, laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie in eerste instantie gewoon doordraaide.

Het besluit was waarschijnlijk al voorbereid (gezien het rapport van 25 april) en werd op de dag van de invasie formeel bekrachtigd of administratief verwerkt. Het is een treffend voorbeeld van 'administrative continuity' ten tijde van een nationale crisis. De handgeschreven aantekeningen en stempels suggereren dat het stuk ook na 10 mei nog door het ambtelijke proces is gegaan (zie de handgeschreven datum "22/5" bovenin).

Samenvatting

Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders (B&W). Het betreft een administratieve handeling waarbij een bedrag van 16 gulden en 80 cent wordt gerestitueerd aan de firma H.F. van Breemen, gevestigd aan de Lijnbaansgracht.

De juridische basis voor dit besluit is tweeledig:
1. Formeel: Het verwijst naar artikel 36 van de toenmalige verordening op marktgelden.
2. Inhoudelijk: Het besluit wordt genomen op "gronden van billijkheid". Dit betekent dat er geen strikte wettelijke verplichting was tot terugbetaling, maar dat het college het eerlijk of redelijk vond om het geld terug te geven, bijvoorbeeld omdat de marktmeester of de ondernemer buiten hun schuld om de gereserveerde plek niet konden gebruiken.

Het document toont de ambtelijke weg: een voorstel van een specifieke wethouder, gebaseerd op een rapport van de directeur van de relevante dienst (Marktwezen), gevolgd door een besluit dat ter notificatie naar verschillende afdelingen (Levensmiddelen en Financiën) wordt gestuurd.

Historische Context

De meest opvallende eigenschap van dit document is de datum: Vrijdag 10 mei 1940. Dit is de dag van de Duitse inval in Nederland. Terwijl de oorlog op die vroege ochtend uitbrak en de stad in verwarring moet zijn geweest, laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie in eerste instantie gewoon doordraaide.

Het besluit was waarschijnlijk al voorbereid (gezien het rapport van 25 april) en werd op de dag van de invasie formeel bekrachtigd of administratief verwerkt. Het is een treffend voorbeeld van 'administrative continuity' ten tijde van een nationale crisis. De handgeschreven aantekeningen en stempels suggereren dat het stuk ook na 10 mei nog door het ambtelijke proces is gegaan (zie de handgeschreven datum "22/5" bovenin).

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6