Archiefdocument
Origineel
21 juni 1940. Mij. Brandstoffenhandel Th. G. v. Oosten
de Wittenstraat 176/182
Stad
BIJBLAD VAN:
M. No. 21/27/1 1940
DOORGEZONDEN: m/6
21/6-'40
21/27/2?
heeft 6 jaarhuren totale tonnage 466 ton.
Belasting voor kalenderjaar 1940 à f 466.- geheel voldaan.
m.i. te berichten, dat door den Dienst van het Markt-
wezen nauwkeurig aantekening wordt gehouden van het
gebruik dat van de jaarhuren ten gevolge van den
oorlogstoestand kan worden gemaakt, teneinde het
aan B.W. voorstellen tot restitutie of kwijtschelding te
doen indien daartoe aanleiding mocht bestaan.
Het bedrag der restitutie of kwijtschelding wordt echter
bepaald naar den duur waarvan van de vaartuigen
een normaal gebruik kon worden gemaakt en naar
toepassing van het maand- resp. weektarief gedurende
dezen duur. Aangezien het jaartarief f 1.- per ton per
kalenderjaar bedraagt en de week- en maandtarieven resp. f 0,02⁵
en f 0,10 bedragen volgt daaruit, dat voor een vaartuig dat gedurende
10 maanden ligplaats aan de Brandstoffenmarkt Het document betreft een interne ambtelijke overweging over de belastingafdracht van een brandstoffenhandel in Amsterdam. De firma heeft voor het jaar 1940 reeds de volledige jaarhuur voldaan voor een tonnage van 466 ton (tegen een tarief van 1 gulden per ton).
De essentie van de notitie is dat er, vanwege de "oorlogstoestand", mogelijk sprake is van onderbezetting of onmogelijkheid tot exploitatie van de vaartuigen. De ambtenaar stelt voor om bij te houden in welke mate de jaarhuur feitelijk benut kan worden. Indien het gebruik beperkt blijft, kan er bij het college van Burgemeester en Wethouders (B.W.) een voorstel worden ingediend voor restitutie (terugbetaling) of kwijtschelding. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen het jaartarief en de naar verhouding duurdere korte-termijn tarieven (week- en maandtarieven). Dit stuk is geschreven op 21 juni 1940, ruim een maand na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De handel in brandstoffen (kolen, hout) was van vitaal belang voor de stad, maar werd direct beïnvloed door de oorlogssituatie, vorderingen van schepen en distributiemaatregelen.
De locatie "De Wittenstraat" bevindt zich in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, een wijk die destijds grenst aan belangrijke vaarwegen en industrieterreinen. De Dienst van het Marktwezen beheerde de ligplaatsen aan de diverse markten, waaronder de Brandstoffenmarkt. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie in de eerste oorlogsmaanden probeerde om te gaan met de economische ontregeling door fiscale coulance te overwegen voor ondernemers die hun betaalde faciliteiten niet ten volle konden benutten.