Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 178
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage betreffende belastinginning.

15 juni 1940. Van: Onbekend (ondertekend door M. Müller of M. Küffer, vermoedelijk een marktmeester of ambtenaar van financiën).

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage betreffende belastinginning. 15 juni 1940. Onbekend (ondertekend door M. Müller of M. Küffer, vermoedelijk een marktmeester of ambtenaar van financiën). (Bovenaan de pagina bevindt zich een fragment van een doorslag/kopie van de tekst die lager in de brief terugkeert)

[...] of reeds geheel zijn gedaan of per kalenderkwartaal moeten geschieden en dus nu nog niet aan de orde zijn. Uit deze aanteekeningen blijkt:
1e. dat in de 21e week (dat wil zeggen van 18 tot 25 Mei jl.) voor 5 weekschuiten met een totalen inhoud van 205 ton geen marktgeld werd geïnd tot een bedrag van f 51,25.
2e. [...]

M/G.
(Getekend) M. Müller (onduidelijk)


21/28/1 M.
15 Juni 1940.

Niet innen van belasting wegens het innemen van een plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Door het verbod van afleveren van brandstoffen aan particulieren, zijn ten aanzien van de inning van de marktgelden op de brandstoffenmarkt sedert de week van 18 tot 25 Mei jl. moeilykheden gerezen. Eenige brandstoffenhandelaren maakten bezwaar om het marktgeld te betalen op grond van het feit, dat zy, tengevolge van het bovenbedoelde verbod, genoodzaakt waren hun vaartuigen na lossing van de lading in hun pakhuizen, leeg aan de markt te laten liggen. Aan de dienstdoende marktambtenaren werd dezerzyds opgedragen om van leeg aan de markt liggende vaartuigen tot nader order geen marktgeld te innen, doch van deze gevallen aanteekening te houden. Dit geldt uiteraard alleen voor maand- of weekbetalingen, omdat de jaarbetalingen of reeds geheel zijn gedaan of per kalenderkwartaal moeten geschieden en dus nu nog niet aan de orde zijn. Uit deze aanteekeningen blykt:

1e. dat in de 21e week (dat wil zeggen van 18 tot 25 Mei jl.) voor 5 weekschuiten met een totalen inhoud van 205 ton geen marktgeld werd geïnd tot een bedrag van ~~f 51,25~~ 5.12 1/2 (handgeschreven correctie).
2e. dat deze cyfers voor de 22e week zyn: 5 vaartuigen, 208 ton, f ~~5.20~~ 5.20 (gecorrigeerd).
3e. dat deze cyfers voor de 23e week zyn: 6 vaartuigen, 269 ton, f ~~6.72 1/2~~ 6.72 1/2 (gecorrigeerd).
4e. dat over de maand Mei voor alle maandschuiten marktgeld werd voldaan (de betaling van het marktgeld voor deze schuiten geschiedt uiteraard in het begin van iedere maand).
5e. dat tot heden voor 3 maandschuiten met een totalen tonneninhoud van 151 ton over de maand Juni geen marktgeld werd geheven. Terzake werd dus niet geïnd: 151 x f 0,10 = f 15,10.

Ik ben van meening, dat aan degenen, die volgens het tarief per kalenderjaar betalen, voorloopig geen kwytschelding of restitutie van marktgeld dient te worden verleend, omdat by restitutie of kwytschelding omrekening van jaar- op week- en maandtarief moet plaats hebben. Indien het verbod van aflevering van korten duur is, zou deze omrekening wel eens nadeelig voor de gebruikers kunnen uitkomen (zy moeten dan tevens – in plaats van het halve – het volle havengeld betalen). Myns In dit document rapporteert een ambtenaar over een probleem met de inning van marktgelden voor brandstofschepen (zoals kolen- of turfschepen). Door een verbod op de levering van brandstoffen aan particulieren (ingesteld kort na de Duitse inval) kunnen handelaren hun schepen niet lossen in hun pakhuizen. De schepen blijven noodgedwongen leeg of vol aan de kade in het openbare gemeentewater (de markt) liggen.

De handelaren weigeren te betalen voor deze ligplaatsen omdat zij er buiten hun schuld om liggen. De ambtenaar heeft besloten de inning tijdelijk te staken voor week- en maandbetalers, maar houdt wel nauwkeurig bij wat de gederfde inkomsten zijn. Opvallend zijn de handgeschreven correcties in de bedragen; het lijkt erop dat er aanvankelijk met een verkeerd tarief is gerekend (f 51,25 werd gecorrigeerd naar f 5,12 1/2). De ambtenaar adviseert om jaarbetalers nog geen geld terug te geven, omdat de administratieve omrekening complex is en mogelijk zelfs ongunstig uitpakt voor de schippers vanwege de koppeling met havengeldtarieven. Het document dateert van 15 juni 1940, exact één maand na de Nederlandse capitulatie. De Tweede Wereldoorlog is net begonnen en de Duitse bezettingsmacht voert direct beperkende maatregelen in. Het "verbod van afleveren van brandstoffen aan particulieren" is een vroeg voorbeeld van de distributie en rantsoenering die de oorlogsjaren zou kenmerken.

Brandstoffen zoals steenkool waren cruciaal voor de oorlogsvoering; de bezetter wilde de voorraden beheersen. Dit document laat zien hoe de lokale bureaucreatie (de gemeente) probeert om te gaan met de nieuwe werkelijkheid: enerzijds moeten de regels en belastingen worden gehandhaafd, anderzijds dwingt de overmacht van de oorlogssituatie tot pragmatische oplossingen en tijdelijke belastingvrijstellingen.

Samenvatting

In dit document rapporteert een ambtenaar over een probleem met de inning van marktgelden voor brandstofschepen (zoals kolen- of turfschepen). Door een verbod op de levering van brandstoffen aan particulieren (ingesteld kort na de Duitse inval) kunnen handelaren hun schepen niet lossen in hun pakhuizen. De schepen blijven noodgedwongen leeg of vol aan de kade in het openbare gemeentewater (de markt) liggen.

De handelaren weigeren te betalen voor deze ligplaatsen omdat zij er buiten hun schuld om liggen. De ambtenaar heeft besloten de inning tijdelijk te staken voor week- en maandbetalers, maar houdt wel nauwkeurig bij wat de gederfde inkomsten zijn. Opvallend zijn de handgeschreven correcties in de bedragen; het lijkt erop dat er aanvankelijk met een verkeerd tarief is gerekend (f 51,25 werd gecorrigeerd naar f 5,12 1/2). De ambtenaar adviseert om jaarbetalers nog geen geld terug te geven, omdat de administratieve omrekening complex is en mogelijk zelfs ongunstig uitpakt voor de schippers vanwege de koppeling met havengeldtarieven.

Historische Context

Het document dateert van 15 juni 1940, exact één maand na de Nederlandse capitulatie. De Tweede Wereldoorlog is net begonnen en de Duitse bezettingsmacht voert direct beperkende maatregelen in. Het "verbod van afleveren van brandstoffen aan particulieren" is een vroeg voorbeeld van de distributie en rantsoenering die de oorlogsjaren zou kenmerken.

Brandstoffen zoals steenkool waren cruciaal voor de oorlogsvoering; de bezetter wilde de voorraden beheersen. Dit document laat zien hoe de lokale bureaucreatie (de gemeente) probeert om te gaan met de nieuwe werkelijkheid: enerzijds moeten de regels en belastingen worden gehandhaafd, anderzijds dwingt de overmacht van de oorlogssituatie tot pragmatische oplossingen en tijdelijke belastingvrijstellingen.

Gerelateerde Documenten 6