Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 190
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

3 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 3 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] Extra

VD/HG.

21/29/2 M.

3 Juli 1940.

Kwijtschelding marktgeld
brandstoffenmarkten ten
name van J. Terpstra.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J. Terpstra, Brouwersgracht t/o perceel 131, die met het brandstoffenvaartuig "Vertrouwen", metende 75 ton, voor het kalenderjaar 1940 een plaats heeft ingenomen op de brandstoffenmarkten alhier, mij heeft medegedeeld, dat hij gedwongen is gerekend te zijn ingegaan 1 Juli jl. de Gemeente Amsterdam te verlaten; hij gaat zich vestigen in Broek in Waterland en zijn vaartuig als woonschip gebruiken. Terpstra heeft van het terzake verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 75,- twee kwartaaltermijnen ten bedrage van ƒ 37,50 betaald. Indien hij voor dit vaartuig het tarief per kalendermaand en per kalenderweek had gekozen, zou hij gedurende de periode van 1 Januari tot 1 Juli jl. een bedrag van zes maal vijfenzeventig maal tien cent = ƒ 45,- zijn schuldig geweest. Het lijkt mij billijk, dat hem, hetgeen hij boven dit bedrag schuldig is, zijnde ƒ 75,- - ƒ 45,- = ƒ 30,- wordt kwijtgescholden.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders ingevolge artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden tot deze kwijtschelding wordt besloten.

De Directeur, * Inhoud: Het document is een formeel advies van een directeur aan een wethouder om een gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld te verlenen aan een zekere J. Terpstra. Terpstra lag met zijn brandstofschip "Vertrouwen" (75 ton) aan de Brouwersgracht in Amsterdam. Omdat hij de stad per 1 juli 1940 verlaat om in Broek in Waterland op zijn schip te gaan wonen, wil de directeur de reeds betaalde jaarlijkse bijdrage herberekenen naar een gunstiger tarief voor de daadwerkelijk gebruikte periode.
* Financiële berekening: Terpstra had voor twee kwartalen reeds ƒ 75,- betaald (2 x ƒ 37,50). De directeur berekent dat als Terpstra per maand/week had betaald voor de periode januari-juli, dit ƒ 45,- had gekost (6 maanden x 75 ton x 10 cent). Er wordt voorgesteld om het verschil van ƒ 30,- kwijt te schelden (terug te betalen).
* Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
* Toon: Zeer formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken"), typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. Dit document stamt uit juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gaat de reguliere gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie gewoon door. De bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is logisch, aangezien de distributie van brandstoffen (kolen, olie) via de brandstoffenmarkten essentieel was voor de voedselvoorziening en de algemene economie van de stad. De overgang van het schip van een commercieel vaartuig naar een "woonschip" duidt mogelijk op de economische verschuivingen of persoonlijke omstandigheden aan het begin van de oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een formeel advies van een directeur aan een wethouder om een gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld te verlenen aan een zekere J. Terpstra. Terpstra lag met zijn brandstofschip "Vertrouwen" (75 ton) aan de Brouwersgracht in Amsterdam. Omdat hij de stad per 1 juli 1940 verlaat om in Broek in Waterland op zijn schip te gaan wonen, wil de directeur de reeds betaalde jaarlijkse bijdrage herberekenen naar een gunstiger tarief voor de daadwerkelijk gebruikte periode.
  • Financiële berekening: Terpstra had voor twee kwartalen reeds ƒ 75,- betaald (2 x ƒ 37,50). De directeur berekent dat als Terpstra per maand/week had betaald voor de periode januari-juli, dit ƒ 45,- had gekost (6 maanden x 75 ton x 10 cent). Er wordt voorgesteld om het verschil van ƒ 30,- kwijt te schelden (terug te betalen).
  • Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
  • Toon: Zeer formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken"), typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gaat de reguliere gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie gewoon door. De bemoeienis van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is logisch, aangezien de distributie van brandstoffen (kolen, olie) via de brandstoffenmarkten essentieel was voor de voedselvoorziening en de algemene economie van de stad. De overgang van het schip van een commercieel vaartuig naar een "woonschip" duidt mogelijk op de economische verschuivingen of persoonlijke omstandigheden aan het begin van de oorlogsjaren.

Gerelateerde Documenten 6