Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 9 juli 1940. [Handgeschreven rechtsboven:] Extra
M/HG.
21/30/2 H.
9 Juli 1940.
Restitutie marktgeld brand-
stoffenmarkten ten name
van A.Mohr.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A.Mohr, Noorderkerkstraat 16, alhier, die onder meer met het brand- stoffenvaartuig genummerd 4618 en genaamd Johanna, metende 37 ton, voor het kalenderjaar 1940 een plaats heeft ingenomen op de brandstoffenmarkten alhier, mij schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij gerekend te zijn ingegaan 1 Juli jl. dit vaartuig heeft verkocht. Hij verzoekt om teruggaaf van door hem voor dit vaartuig te veel betaalde belasting.
Mohr heeft van het terzake verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 37,- drie kwartaaltermijnen ten bedrage van ƒ 27,75 betaald. Indien hij voor dit vaartuig het tarief per kalendermaand had gekozen, zou hij over het eerste halfjaar 1940 een bedrag van zes maal zevenendertig maal tien cent = ƒ 22,20 schuldig zijn geweest. Het lijkt mij billijk, dat aan hem een restitutie wordt verleend van ƒ 27,75 - ƒ 22,20 = ƒ 5,55.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden tot deze teruggaaf wordt besloten.
De Directeur, * Kern van de zaak: De heer A. Mohr heeft zijn brandstoffenschip 'Johanna' verkocht op 1 juli 1940. Omdat hij voor drie kwartalen vooruit had betaald, vraagt hij nu om teruggave van het teveel betaalde bedrag voor de periode waarin hij het vaartuig niet meer in bezit had.
* Berekening:
* Betaald (voor 3 kwartalen): ƒ 27,75.
* Verschuldigd (voor het eerste halfjaar op basis van maandtarief: 6 maanden × 37 ton × ƒ 0,10): ƒ 22,20.
* Verschil (te restitueren): ƒ 5,55.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar Artikel 36 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
* Bestuurlijke procedure: De Directeur adviseert de Wethouder om het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) te laten beslissen over deze restitutie. Het document illustreert de nauwgezette bureaucratische afhandeling van zelfs kleine bedragen (ƒ 5,55). Dit document stamt uit de vroege dagen van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1940). Ondanks de oorlogssituatie draaide de gemeentelijke bureaucratie in steden als Amsterdam gewoon door volgens de geldende verordeningen. Brandstoffenmarkten waren cruciaal voor de distributie van kolen en andere brandstoffen aan de bevolking. De Noorderkerkstraat bevindt zich in de Jordaan in Amsterdam, vlakbij de Noorderkerk waar dergelijke markten en ligplaatsen voor brandstoffenschepen historisch gesitueerd waren. De brief toont aan dat belastingheffing op basis van tonnage een standaardpraktijk was voor vaartuigen die een vaste standplaats innamen op stedelijke markten.