Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 197
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op kantoorpapier).

9 juli 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie).

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op kantoorpapier). 9 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). [Handgeschreven rechtsboven:] h. Müller

[Links:] M/HG.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 10/7
[Links:] 21/30/2 M.

[Rechts:] 9 Juli 1940.

[Onderwerp, links:]
Restitutie marktgeld brand-
stoffenmarkten ten name
van A.Mohr.

[Adres, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A.Mohr, Noorderkerkstraat 16, alhier, die onder meer met het brandstoffenvaartuig genummerd 4618 en genaamd Johanna, metende 37 ton, voor het kalenderjaar 1940 een plaats heeft ingenomen op de brandstoffenmarkten alhier, mij schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij gerekend te zijn ingegaan 1 Juli jl. dit vaartuig heeft verkocht. Hij verzoekt om teruggaaf van door hem voor dit vaartuig te veel betaalde belasting.

Mohr heeft van het terzake verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 37,- drie kwartaalstermijnen ten bedrage van ƒ 27,75 betaald. Indien hij voor dit vaartuig het tarief per kalendermaand had gekozen, zou hij over het eerste halfjaar 1940 een bedrag van zes maal zevenendertig maal tien cent = ƒ 22,20 schuldig zijn geweest. Het lijkt mij billijk, dat aan hem een restitutie wordt verleend van ƒ 27,75 - ƒ 22,20 = ƒ 5,55.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden tot deze teruggaaf wordt besloten.

De Directeur, * Kern van de zaak: Een brandstoffenhandelaar genaamd A. Mohr heeft zijn schip 'Johanna' verkocht op 1 juli 1940. Omdat hij zijn marktgeld voor het hele jaar al grotendeels vooruit had betaald (voor drie kwartalen), vraagt hij een deel terug over de periode dat hij geen gebruik meer maakt van de marktplaats.
* Berekening: De directeur maakt een vergelijking tussen het betaalde kwartaaltarief en wat de handelaar verschuldigd zou zijn geweest als hij per maand had betaald over de eerste zes maanden van het jaar. Het verschil (ƒ 5,55) wordt als billijk restitutiebedrag voorgesteld.
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 36 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De beslissing ligt formeel bij het College van Burgemeester en Wethouders. * Tijdsbeeld: Het document dateert van juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De ambtelijke molens van de stad (gezien de "Noorderkerkstraat" zeer waarschijnlijk Amsterdam) draaien echter gewoon door voor routinematige zaken zoals marktgelden.
* Economie: Brandstoffenmarkten waren essentieel voor de energievoorziening van de stad. Kolen en turf werden veelal per schip aangevoerd en vanaf vaste ligplaatsen verhandeld.
* Taalgebruik: De brief is gesteld in de formele, eerbiedige ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken").
* Administratieve proces: De handgeschreven notitie "Verzonden 10/7" toont aan dat de brief de dag na de opstelling daadwerkelijk is verstuurd naar het bureau van de wethouder.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Een brandstoffenhandelaar genaamd A. Mohr heeft zijn schip 'Johanna' verkocht op 1 juli 1940. Omdat hij zijn marktgeld voor het hele jaar al grotendeels vooruit had betaald (voor drie kwartalen), vraagt hij een deel terug over de periode dat hij geen gebruik meer maakt van de marktplaats.
  • Berekening: De directeur maakt een vergelijking tussen het betaalde kwartaaltarief en wat de handelaar verschuldigd zou zijn geweest als hij per maand had betaald over de eerste zes maanden van het jaar. Het verschil (ƒ 5,55) wordt als billijk restitutiebedrag voorgesteld.
  • Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 36 van de "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De beslissing ligt formeel bij het College van Burgemeester en Wethouders.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het document dateert van juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De ambtelijke molens van de stad (gezien de "Noorderkerkstraat" zeer waarschijnlijk Amsterdam) draaien echter gewoon door voor routinematige zaken zoals marktgelden.
  • Economie: Brandstoffenmarkten waren essentieel voor de energievoorziening van de stad. Kolen en turf werden veelal per schip aangevoerd en vanaf vaste ligplaatsen verhandeld.
  • Taalgebruik: De brief is gesteld in de formele, eerbiedige ambtelijke taal van die tijd ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken").
  • Administratieve proces: De handgeschreven notitie "Verzonden 10/7" toont aan dat de brief de dag na de opstelling daadwerkelijk is verstuurd naar het bureau van de wethouder.

Gerelateerde Documenten 6