Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 235
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

3 september 1940. Van: A.W. Rijvoort. Dossier: 21/38/2

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. 3 september 1940. A.W. Rijvoort. [Stempel rechtsboven:]
Nº 21/38/2 R. 1940 7/9

[Linksboven:]
3 September 1940
Gezien
[Paraaf]

[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

[Hoofdtekst:]
Aangaande het begeleidend rapport kan ik U
nader berichten, dat ik bij den Secretaris van de bond
van brandstoffenhandelaren, den Heer C. Dogger
informatie heb ingewonnen. Dogger deelde mij mede
dat 16 Aug. 1940 een voorbespreking met den
Rijks Inspecteur van het verkeerswezen, van het
Dep. van Waterstaat, den Heer Bruining heeft
plaats gehad, over het in het begeleidend rapport
genoemde benzine besparing, bij het afleveren van
brandstoffen. Dogger deelde mij verder mede dat
het nog niet tot een besluit is gekomen en dat
het Marktwezen, als het zoover kwam, er van
in kennis gesteld zou worden.
Wat het geval Hamersma betreft, moesten we
voor deze keer het maar op zijn beloop laten,
want de vaartuigen worden toch gelost.
Wel zal ik Hamersma mededeelen, dat de nog
komende vaartuigen weer aan de markt gelegd
moeten worden.

[Ondertekend rechtsonder:]
A.W. Rijvoort

[Aantekening linksonder:]
Opbergen
5-9-40
de Haan In dit document rapporteert A.W. Rijvoort aan de Inspecteur van het Marktwezen over een gesprek met C. Dogger, de secretaris van de bond van brandstoffenhandelaren. De kernpunten zijn:

  1. Benzinebesparing: Er is op 16 augustus 1940 een voorbespreking geweest tussen de bond en een Rijksinspecteur van Waterstaat (de heer Bruining) over brandstofbesparing bij de distributie van kolen/brandstoffen. Er is op dat moment nog geen definitief besluit genomen, maar het Marktwezen zal op de hoogte worden gehouden.
  2. Geval Hamersma: Er is sprake van een specifieke situatie rondom een persoon genaamd Hamersma. Het lijkt erop dat vaartuigen niet op de voorgeschreven plek (aan de markt) waren afgemeerd. De schrijver adviseert dit voor nu te laten rusten omdat de schepen al gelost worden, maar Hamersma zal wel worden berispt dat toekomstige schepen weer direct "aan de markt gelegd" moeten worden.

De brief is zakelijk en illustratief voor de ambtelijke procedures rondom marktregulering en logistiek aan het begin van de bezettingstijd. De datum van de brief, september 1940, is van groot belang. Nederland bevindt zich dan in de eerste maanden van de Duitse bezetting. De vermelding van "benzine besparing" is kenmerkend voor deze periode; door de oorlogsomstandigheden en de bezetting ontstonden er direct tekorten aan brandstoffen, wat leidde tot rantsoenering en de noodzaak voor efficiëntere distributie.

Het "Marktwezen" (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) hield toezicht op de handel en de logistiek op de markten en langs de kades. Schepen die brandstoffen aanvoerden, moesten zich aan specifieke ligplaatsregels houden om de doorstroming en controle te waarborgen. Het feit dat er overleg plaatsvindt tussen een handelsbond, een Rijksinspecteur van Waterstaat en het lokale Marktwezen, toont aan hoe verschillende overheidsniveaus probeerden de schaarse middelen in goede banen te leiden. A.W. Rijvoort C. Dogger Marktwezen

Samenvatting

In dit document rapporteert A.W. Rijvoort aan de Inspecteur van het Marktwezen over een gesprek met C. Dogger, de secretaris van de bond van brandstoffenhandelaren. De kernpunten zijn:

  1. Benzinebesparing: Er is op 16 augustus 1940 een voorbespreking geweest tussen de bond en een Rijksinspecteur van Waterstaat (de heer Bruining) over brandstofbesparing bij de distributie van kolen/brandstoffen. Er is op dat moment nog geen definitief besluit genomen, maar het Marktwezen zal op de hoogte worden gehouden.
  2. Geval Hamersma: Er is sprake van een specifieke situatie rondom een persoon genaamd Hamersma. Het lijkt erop dat vaartuigen niet op de voorgeschreven plek (aan de markt) waren afgemeerd. De schrijver adviseert dit voor nu te laten rusten omdat de schepen al gelost worden, maar Hamersma zal wel worden berispt dat toekomstige schepen weer direct "aan de markt gelegd" moeten worden.

De brief is zakelijk en illustratief voor de ambtelijke procedures rondom marktregulering en logistiek aan het begin van de bezettingstijd.

Historische Context

De datum van de brief, september 1940, is van groot belang. Nederland bevindt zich dan in de eerste maanden van de Duitse bezetting. De vermelding van "benzine besparing" is kenmerkend voor deze periode; door de oorlogsomstandigheden en de bezetting ontstonden er direct tekorten aan brandstoffen, wat leidde tot rantsoenering en de noodzaak voor efficiëntere distributie.

Het "Marktwezen" (waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam) hield toezicht op de handel en de logistiek op de markten en langs de kades. Schepen die brandstoffen aanvoerden, moesten zich aan specifieke ligplaatsregels houden om de doorstroming en controle te waarborgen. Het feit dat er overleg plaatsvindt tussen een handelsbond, een Rijksinspecteur van Waterstaat en het lokale Marktwezen, toont aan hoe verschillende overheidsniveaus probeerden de schaarse middelen in goede banen te leiden.

Genoemde Personen 2

Producten

Huishoudelijk: Brandstof Huishoudelijk: Kolen Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6