Typoscript (doorslag op dun papier).
Origineel
Typoscript (doorslag op dun papier). 20 december 1940. Onbekend (ondertekend door een ambtenaar, mogelijk "h. Müller"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven: h. Müller] [Stempel: G]
VD/HG.
21/42/3 H.
1
20 December 1940.
Vrijstelling marktgeld
Gebr.Prinswees op de
brandstoffenmarkten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 November jl. om advies ontvangen stuk no.1058 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de onderhavige aangelegenheid een onderzoek heb doen instellen. Daarbij is het volgende gebleken.
Adressante is een te Amsterdam gevestigde firma in brandstoffen, die steeds gewend is geweest haar brandstoffen per wagon en daarna per auto naar haar pakhuizen te vervoeren. Zij heeft nimmer kolen per schuit aangevoerd; in verband met de benzineschaarschte is zij hiertoe enkele maanden geleden moeten overgaan. De ambtenaar, belast met de inning der brandstoffengelden constateerde enkele maanden geleden, dat een schuit met brandstoffen, bestemd voor adressante, werd gelost in het als brandstoffenmarkt aangewezen openbare gemeentewater. Krachtens artikel 3 der Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden moest voor deze schuit marktgeld worden betaald volgens het tarief, genoemd in artikel 18 der voornoemde Verordening. Adressante maakte hiertegen bezwaar, waarop het vaartuig is verhaald naar openbaar Gemeentewater, dat niet als brandstoffenmarkt was aangewezen. Daar de schuit onmiddellijk werd gelost, kon hiertegen niet worden opgetreden; het vaartuig werd immers niet gebruikt als magazijn of bergplaats van goederen, hetgeen krachtens artikel 177 der Algemeene Politie Verordening is verboden. Adressante heeft daarna nog enkele malen brandstoffen buiten het als markt aangewezen openbare gemeentewater doen lossen. Op 22 November jl. was echter wederom met een brandstoffenvaartuig aan een brandstoffenmarkt ligplaats ingenomen; de betreffende ambtenaar heeft toen terecht marktgeld laten betalen, hetgeen onder protest is geschied.
Ik heb de eer U te adviseeren der adressante te doen berichten, dat, wanneer met een vaartuig een plaats wordt ingenomen in het als brandstoffenmarkt aangewezen... [einde pagina] Dit document betreft een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over een geschil betreffende marktgeldheffing. De firma Gebr. Prinswees, een brandstoffenhandelaar, probeert onder de betaling van marktgeld uit te komen.
De kern van de zaak is een logistieke verandering: door de oorlogsomstandigheden (benzineschaarschte) is de firma genoodzaakt kolen per schuit aan te voeren in plaats van per vrachtauto. Wanneer zij lossen in water dat officieel als 'brandstoffenmarkt' is aangewezen, zijn zij marktgeld verschuldigd. De firma probeert dit te ontduiken door te lossen in ander openbaar gemeentewater. De ambtenaar stelt dat dit juridisch lastig aan te pakken is zolang de schuit direct gelost wordt en niet als opslag dient (conform de Algemeene Politie Verordening), maar dat bij het gebruik van de officiële marktlocaties het marktgeld onvermijdelijk is. Het advies aan de wethouder is dan ook om vast te houden aan de heffing zodra de officiële marktlocaties worden gebruikt. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De invloed van de oorlog is direct merkbaar in de tekst door de vermelding van de "benzineschaarschte". De schaarste aan brandstoffen voor civiel gebruik dwong bedrijven tot improvisatie en het teruggrijpen op vervoer over water.
Tevens toont het document de continuïteit van het gemeentelijk apparaat in Amsterdam tijdens de bezetting. De bureaucratische processen, de toepassing van vooroorlogse verordeningen (zoals de Algemeene Politie Verordening) en de inning van lokale belastingen gingen onder de bezetter in eerste instantie op de gebruikelijke wijze door. De wethouder voor Levensmiddelen was in deze periode een cruciale post vanwege de toenemende distributie en schaarste van goederen.