Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 308
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / Memorie van de afdeling Marktwezen Gemeente Amsterdam.

26 mei 1940 (met een latere annotatie van 29 mei 1940).

Origineel

Dienstbrief / Memorie van de afdeling Marktwezen Gemeente Amsterdam. 26 mei 1940 (met een latere annotatie van 29 mei 1940). Hrn Inspecteurs
afd. Marktwezen
Alhier

In verband met het intrekken van Standplaats
No. 4 Bloemenmarkt Alhier bericht ik U dat
J. Verburgh op Vrijdag 10 Mei 40 mondeling zijn plaats
heeft opgezegd.
De heer Verburgh heeft ook schriftelijk willen
bedanken maar gezien de omstandigheden is dit
eenige dagen later geschied.
Kan intrekking plaats vinden ingaande 18 Mei 40
of moet Verburgh een week betalen.

Amsterdam 26/5 40
[Handtekening J. Bakker]

[Links onderaan diagonaal bijgeschreven:]
Mij geen bezwaar
om plaats in te trekken
gerekend te zijn ingegaan
13 Mei 1940
29-5-40
[Handtekening deHeer/deVeer] Dit document betreft de administratieve afhandeling van de opzegging van een marktkraam (standplaats nr. 4) op de Amsterdamse Bloemenmarkt door de heer J. Verburgh. De brief is gericht aan de inspecteurs van het Marktwezen.

De tekst is opmerkelijk vanwege de genoemde data. De mondelinge opzegging vond plaats op vrijdag 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval in Nederland. De schrijver vermeldt expliciet dat de schriftelijke bevestiging door "de omstandigheden" (de oorlogssituatie) enige dagen later volgde. Er wordt advies gevraagd of de opzegging per 18 mei mag gelden of dat er voor die tussenliggende week nog marktgeld betaald moet worden. Een hogere functionaris beslist middels een kanttekening dat de opzegging zelfs met terugwerkende kracht vanaf 13 mei 1940 wordt geaccepteerd. Het document illustreert de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie tijdens een historisch crisismoment. Terwijl de stad en het land werden bezet, hield het Marktwezen zich bezig met de naleving van reglementen rondom standplaatsgelden. De "omstandigheden" waarnaar verwezen wordt, duiden op de chaos en onzekerheid direct na de inval. Het toont aan dat voor marktlui hun nering onmiddellijk onder druk kwam te staan door het uitbreken van de vijandelijkheden. De coulante houding wat betreft de datum (terugwerkende kracht) is waarschijnlijk een direct gevolg van de erkenning van de uitzonderlijke oorlogssituatie waarin de stad op dat moment verkeerde. J. Verburgh (standplaatshouder) J. Bakker (ondertekenaar) deHeer/deVeer (geautoriseerde functionaris).

Samenvatting

Dit document betreft de administratieve afhandeling van de opzegging van een marktkraam (standplaats nr. 4) op de Amsterdamse Bloemenmarkt door de heer J. Verburgh. De brief is gericht aan de inspecteurs van het Marktwezen.

De tekst is opmerkelijk vanwege de genoemde data. De mondelinge opzegging vond plaats op vrijdag 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval in Nederland. De schrijver vermeldt expliciet dat de schriftelijke bevestiging door "de omstandigheden" (de oorlogssituatie) enige dagen later volgde. Er wordt advies gevraagd of de opzegging per 18 mei mag gelden of dat er voor die tussenliggende week nog marktgeld betaald moet worden. Een hogere functionaris beslist middels een kanttekening dat de opzegging zelfs met terugwerkende kracht vanaf 13 mei 1940 wordt geaccepteerd.

Historische Context

Het document illustreert de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie tijdens een historisch crisismoment. Terwijl de stad en het land werden bezet, hield het Marktwezen zich bezig met de naleving van reglementen rondom standplaatsgelden. De "omstandigheden" waarnaar verwezen wordt, duiden op de chaos en onzekerheid direct na de inval. Het toont aan dat voor marktlui hun nering onmiddellijk onder druk kwam te staan door het uitbreken van de vijandelijkheden. De coulante houding wat betreft de datum (terugwerkende kracht) is waarschijnlijk een direct gevolg van de erkenning van de uitzonderlijke oorlogssituatie waarin de stad op dat moment verkeerde.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam (Bloemenmarkt).

Gerelateerde Documenten 6