Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 406
Dossier 23
Jaar 1940
Stadsarchief

Politierapport / Proces-verbaal (Ambtelijke rapportage).

15 maart 1940.

Origineel

Politierapport / Proces-verbaal (Ambtelijke rapportage). 15 maart 1940. [Linksboven, doorgehaald:]
~~Omschrijven~~

[Stempel en tekst linksboven:]
Rapport N° 24/4/1 M. 1940 15/3
Valsch speel reclame
v. Praag. Amstelveld.

[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur.

[Marge links:]
X
van mij
amp. [initialen/afkorting]

[Body tekst:]
De losse Standwerker v. Praag die trucjes met speelkaarten verkoopt, zou volgens een klacht, in zijn toespraak inspelen op de mogelijkheid tot valsch spelen door middel van zijn truc's.
Het kan niet anders of valsch spelen komt ter sprake bij een truc, als die van v. Praag (die uitsluitend berust op het vooraf in een bepaalde volgorde leggen der kaarten) waarbij hij schijnbaar „zoomaar” weet welke kaart getrokken wordt. Zou hij het er zelf niet over hebben dan is de kans toch groot dat zijn toehoorders erover begonnen, want van Praag is een goed standwerker die een gezellige sfeer om zich weet te scheppen.

De gelaakte uitdrukkingen komen op het volgende neer:
Hij beweerde dan, dat zijn werk nu niet meer Monte Carlo truc zou heeten, maar Nieuw Amsterdam truc, naar aanleiding van een artikel in de Telegraaf, dat hij toonde, over valsch spelers aan boord van de Nieuw Amsterdam. Hij vertelde dat op deze heeren bij hun arrestatie een boekje van hem werd gevonden, doch dat hij dat niet allemaal kon voorlezen; dit zeide hij op zoodanige wijze dat de toehoorders begonnen te lachen en één zelfs riep, dat het er dan wel niet in zou staan. Dan gaat van Praag verder met er op te wijzen dat hij de menschen niet wil leeren valsch spelen maar dat hij juist daartegen niet genoeg kan waarschuwen.

[Onderaan, onderstreept:]
heb ik niet gehoord
amp. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke spelling (vóór de spellingwijziging van 1947), zichtbaar in woorden als "valsch", "zoodanige" en "menschen". De toon is zakelijk en enigszins vergoelijkend ten aanzien van de standwerker.
* Inhoud: De rapporteur onderzoekt een klacht over een standwerker (een straatverkoper/demonstrateur) genaamd Van Praag op het Amstelveld. De klacht houdt in dat de man reclame zou maken voor valsspelen. De rapporteur nuanceert dit: hoewel Van Praag kaarttrucs gebruikt en refereert aan beruchte gevallen van valsspelen (zoals op het schip de Nieuw Amsterdam), beweert hij zelf juist te waarschuwen tegen deze praktijken.
* Marginalia en voetnoten: De handgeschreven aantekening onderaan ("heb ik niet gehoord") lijkt een persoonlijke observatie van de toezichthouder die ter plaatse was, wat suggereert dat de "gelaakte uitdrukkingen" uit de klacht door hemzelf niet zijn waargenomen. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het Amstelveld in Amsterdam was (en is) een bekende plek voor markten en standwerkers. De "Nieuw Amsterdam" waarnaar verwezen wordt, was het vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn, dat destijds wereldberoemd was.

In die tijd hield de Amsterdamse politie streng toezicht op de openbare orde en "goede zeden" op straat. Standwerkers die de grens opzochten tussen entertainment en oplichting (zoals bij het "balletje-balletje" of kaarttrucs) werden nauwlettend in de gaten gehouden. De verwijzing naar de krant De Telegraaf en het verhaal over het boekje van de standwerker dat bij gearresteerde valsspelers zou zijn gevonden, was waarschijnlijk een onderdeel van de marketing-praatjes van Van Praag om zijn producten (de handleidingen voor de trucs) interessanter te maken voor het publiek.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke spelling (vóór de spellingwijziging van 1947), zichtbaar in woorden als "valsch", "zoodanige" en "menschen". De toon is zakelijk en enigszins vergoelijkend ten aanzien van de standwerker.
  • Inhoud: De rapporteur onderzoekt een klacht over een standwerker (een straatverkoper/demonstrateur) genaamd Van Praag op het Amstelveld. De klacht houdt in dat de man reclame zou maken voor valsspelen. De rapporteur nuanceert dit: hoewel Van Praag kaarttrucs gebruikt en refereert aan beruchte gevallen van valsspelen (zoals op het schip de Nieuw Amsterdam), beweert hij zelf juist te waarschuwen tegen deze praktijken.
  • Marginalia en voetnoten: De handgeschreven aantekening onderaan ("heb ik niet gehoord") lijkt een persoonlijke observatie van de toezichthouder die ter plaatse was, wat suggereert dat de "gelaakte uitdrukkingen" uit de klacht door hemzelf niet zijn waargenomen.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het Amstelveld in Amsterdam was (en is) een bekende plek voor markten en standwerkers. De "Nieuw Amsterdam" waarnaar verwezen wordt, was het vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn, dat destijds wereldberoemd was.

In die tijd hield de Amsterdamse politie streng toezicht op de openbare orde en "goede zeden" op straat. Standwerkers die de grens opzochten tussen entertainment en oplichting (zoals bij het "balletje-balletje" of kaarttrucs) werden nauwlettend in de gaten gehouden. De verwijzing naar de krant De Telegraaf en het verhaal over het boekje van de standwerker dat bij gearresteerde valsspelers zou zijn gevonden, was waarschijnlijk een onderdeel van de marketing-praatjes van Van Praag om zijn producten (de handleidingen voor de trucs) interessanter te maken voor het publiek.

Gerelateerde Documenten 6