Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 418
Dossier 23
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

17 januari 1940. Van: Eerste Nederlandsche Bond voor Dierenbescherming (Secretariaat: Binnenkant 14, Amsterdam). Aan: Den Heer Mr. A. van Praag, p/a Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 17 januari 1940. Eerste Nederlandsche Bond voor Dierenbescherming (Secretariaat: Binnenkant 14, Amsterdam). Den Heer Mr. A. van Praag, p/a Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd met logo "DIERENVRIENDEN"]
EERSTE NEDERLANDSCHE BOND VOOR DIERENBESCHERMING
GOEDGEKEURD BIJ KON. BESLUIT VAN 14 AUGUSTUS 1924 No. 33

SECRETARIAAT: BINNENKANT 14, AMSTERDAM-C., TELEFOON 40594 —— POSTGIROREK. : 19860

Nº 24/2/1 M.1940 10/1 [stempel en potlood]
AMSTERDAM, 17 Januari 1940

[Handgeschreven aantekening in de rechterbovenhoek:]
in dossier
Insp.
Hiertegen moet toch opgetreden worden.
De man moet verwijderd worden.
19-1-40 [paraaf]

Den Heer Mr. A.van Praag,
p/a Marktwezen,
Amsterdam

Zeer geachte Heer Van Praag,

Aan het laatste rapport van onzen inspecteur Feller ontleen ik het volgende betreffende het verbod op het Amstelveld honden, enz., te verhandelen:

8 Jan. 1940 - Het verbod is slechts een administratieve maatregel van het Marktwezen. Tegen overtreders kan slechts door bedoelden dienst worden opgetreden, door b.v. de toegang tot het marktterrein te ontzeggen. Heden waren weer enkele exemplaren (honden) aanwezig. o.a. een Duitsche herder en een Hollandsche herdershond, die geborgen waren in de cabine van een oude Ford auto No. G.Z.37893. Den Heer marktopzichter No. 27 hierop gewezen; vertelde mij het een en ander en is van meening dat er niets aan te doen is; het betreft hier een zekeren koopman, die herhaaldelijk het Amstelveld bezoekt (De Jong), doch geen enkele strafbepaling voorziet hierin, zoodat bedoelde koopman vrij uitgaat.

Daar toch het tekoop aanbieden van honden op het Amstelveld verboden is, meen ik dat aan dit geval wel degelijk iets te doen is en ik wilde U hierop daarom gaarne even wijzen. Wellicht dat U ter zake iets bereiken kunt. M.i. zijn de mededeelingen van den betrokken opzichter niet juist.

Wanneer ik U weer eens spreek, mag ik hierover wel iets van U vernemen. Bij voorbaat gaarne mijn dank voor Uw attentie.

Inmiddels, met beleefde groeten,

[Handtekening]
Secr.

[Rechtsonder in de hoek staat het getal "24"] * Kern van de klacht: De Dierenbescherming signaleert dat er, ondanks een verbod, honden worden verhandeld op de markt op het Amstelveld in Amsterdam.
* Specifiek incident: Op 8 januari 1940 constateerde inspecteur Feller dat een handelaar genaamd De Jong honden (een Duitse en een Hollandse herder) verkocht vanuit een oude Ford (kenteken G.Z.37893).
* Juridisch knelpunt: De marktopzichter (nr. 27) weigert op te treden omdat hij meent dat er geen strafbepaling is en het slechts een "administratieve maatregel" betreft.
* Verzoek: De secretaris van de Bond verzoekt Mr. Van Praag van het Marktwezen om in te grijpen, aangezien hij van mening is dat de uitleg van de opzichter onjuist is en er wel degelijk gehandhaafd kan worden.
* Reactie: Uit de handgeschreven kanttekening blijkt dat de ontvanger het met de klager eens is: er moet worden opgetreden en de handelaar moet worden verwijderd. Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in mei van dat jaar. Het werpt licht op de lokale handhaving en de vroege geschiedenis van dierenbescherming in Amsterdam. De markt op het Amstelveld was (en is) een bekende plek in de stad; destijds was de handel in levende have daar blijkbaar een punt van discussie tussen belangenorganisaties en het gemeentelijk Marktwezen. Het illustreert tevens de bureaucratische strijd tussen administratieve regels en effectieve handhaving ("strafbepalingen").

Samenvatting

  • Kern van de klacht: De Dierenbescherming signaleert dat er, ondanks een verbod, honden worden verhandeld op de markt op het Amstelveld in Amsterdam.
  • Specifiek incident: Op 8 januari 1940 constateerde inspecteur Feller dat een handelaar genaamd De Jong honden (een Duitse en een Hollandse herder) verkocht vanuit een oude Ford (kenteken G.Z.37893).
  • Juridisch knelpunt: De marktopzichter (nr. 27) weigert op te treden omdat hij meent dat er geen strafbepaling is en het slechts een "administratieve maatregel" betreft.
  • Verzoek: De secretaris van de Bond verzoekt Mr. Van Praag van het Marktwezen om in te grijpen, aangezien hij van mening is dat de uitleg van de opzichter onjuist is en er wel degelijk gehandhaafd kan worden.
  • Reactie: Uit de handgeschreven kanttekening blijkt dat de ontvanger het met de klager eens is: er moet worden opgetreden en de handelaar moet worden verwijderd.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in mei van dat jaar. Het werpt licht op de lokale handhaving en de vroege geschiedenis van dierenbescherming in Amsterdam. De markt op het Amstelveld was (en is) een bekende plek in de stad; destijds was de handel in levende have daar blijkbaar een punt van discussie tussen belangenorganisaties en het gemeentelijk Marktwezen. Het illustreert tevens de bureaucratische strijd tussen administratieve regels en effectieve handhaving ("strafbepalingen").

Gerelateerde Documenten 6