Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift № 25/7/3 M. 1940 ½
Datum: 22 Jan: 40 A.dam 27 Jan: 40
№ 25/7/2. M. in map.
Wel Edel Heer
Hiermede betuig ik onderge-
teekende ten eerste mijn dank
voor de toestemming tot het
niet bezette mijner stand-
plaats Alb Cuypstr. Maar
ten tweede vraag ik tevens
een offer der Gemeente Amsterdam
als reeds zijnde trouwe
belasting betaler om vrij-
stelling van het marktgeld
tijdens het niet bezette
mijner standplaats Alb.
Cuypstr. Dit verzoek zou
ik nooit gedaan hebben
maar de nood dwingt
mij. Daar mijn inkomsten
vanaf aanvraag (voorgaande)
die ener steun trekkende
niet hebben overschreden In deze handgeschreven brief richt een marktkoopman (of -vrouw) zich tot een gemeentelijke instantie in Amsterdam. De schrijver bedankt allereerst voor de reeds verleende toestemming om de standplaats op de Albert Cuypstraat tijdelijk onbezet te laten.
De kern van de brief is echter een aanvullend verzoek: vrijstelling van de betaling van het marktgeld voor deze periode. De schrijver voert aan altijd een "trouwe belastingbetaler" te zijn geweest, maar stelt dat de huidige financiële situatie ("de nood") hem/haar hiertoe dwingt. Als bewijs van de penibele situatie wordt vermeld dat het inkomen sinds de vorige aanvraag niet hoger is geweest dan dat van iemand die in de "steun" (de toenmalige sociale bijstand) zit.
De toon is uiterst beleefd en deemoedig, wat kenmerkend is voor verzoekschriften uit deze periode. De brief is gedateerd in januari 1940, tijdens de periode van de mobilisatie in Nederland, enkele maanden voor de Duitse inval. Economisch gezien was dit een onzekere tijd. De Albert Cuypmarkt was ook toen al een centrale plek voor de Amsterdamse handel, maar veel kleine zelfstandigen leefden op de rand van de armoede.
Het begrip "steun trekkende" verwijst naar de Werkloosheidssteun. In de jaren '30 en begin 1940 was het niveau van deze steun uiterst karig; dat de schrijver aangeeft dat zijn/haar inkomsten dit niveau niet overschrijden, is een sterke indicatie van bittere armoede. De administratieve stempels en nummers bovenin de brief tonen aan dat het schrijven officieel is geregistreerd door de gemeentelijke bureaucratie (waarschijnlijk de afdeling Marktwezen).