Officiële waarschuwingsbrief (aanmaning)
Origineel
Officiële waarschuwingsbrief (aanmaning) 17 januari 1940 De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.) Den Heer I. Bloemist, 3e Oosterparkstraat 73 II, Amsterdam-Oost (Wijk 20) [Logo Gemeente Amsterdam]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
DV. [Handgeschreven:] Verzonden 17/1-40
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. ~~25/11/1 M.~~
BIJLAGE ________________
ONDERWERP : _______________
AMSTERDAM (W.) ~~17 Januari 1940~~
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer I. Bloemist,
3e Oosterparkstraat 73 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 21 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 22 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Dit document is een formele sommatie van de gemeentelijke dienst Marktwezen te Amsterdam. De strekking is een laatste waarschuwing aan een marktkraamhouder, de heer I. Bloemist, die al meer dan drie weken achterloopt met de betaling van zijn staangeld op de Albert Cuypmarkt.
De brief hanteert een strikt administratieve toon en verwijst naar de geldende regelgeving (Artikel 11 van het Reglement op de Markten). De consequentie van niet-betaling is expliciet: het onherroepelijk verlies van de vaste standplaats. Opvallend is de vermelding van verzachtende omstandigheden (zoals het ontvangen van 'steun' of ziekenhuisopname), wat aangeeft dat er ruimte was voor coulance bij aantoonbare sociale of medische nood, mits dit tijdig werd gemeld. De datum van de brief, 17 januari 1940, plaatst het document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de economische situatie voor velen nog precair als gevolg van de naweeën van de crisisjaren 30. Het noemen van 'steun' (de toenmalige term voor sociale bijstand) in de brief getuigt hiervan.
De ontvanger, I. Bloemist, woonde in de 3e Oosterparkstraat, een straat in de Oosterparkbuurt die in die tijd veel Joodse bewoners kende en deel uitmaakte van een levendige volksbuurt. Zijn achternaam zou kunnen wijzen op zijn beroep (bloemenverkoper), wat destijds niet ongebruikelijk was. De Jan van Galenstraat 14, het adres van de afzender, was en is de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, het logistieke hart van de voedselvoorziening en marktwezen in de stad. De Albert Cuypmarkt was toen al een van de belangrijkste dagmarkten van Amsterdam. I. Bloemist Gemeente Amsterdam Marktwezen