Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 71
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt communiqué (officieel bericht).

5 februari 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen (namens de Wethouder voor de Levensmiddelen).

Origineel

Getypt communiqué (officieel bericht). 5 februari 1940. De Directeur van het Marktwezen (namens de Wethouder voor de Levensmiddelen). COMMUNIQUE.

Amsterdam, 5 Februari 1940.

Namens den heer Wethouder voor de Levensmiddelen breng ik het navolgende onder de aandacht van alle kooplieden, die wel eens plaatsen op de markt Albert Cuypstraat bezetten. Door het hoofd van de in die straat (op no. 241) gevestigde school is bij herhaling - en volkomen terecht - geklaagd over den hinder, dien het onderwijs ondervindt van kooplieden, die in de omgeving der school door schreeuwen hun waren trachten van de hand te doen. Ik wijs er daarom op, dat het luidkeels aanprijzen der waren in de omgeving van de bedoelde school uitdrukkelijk is verboden.

Een ieder, die het bedoelde verbod overtreedt, zal voortaan terstond van de markt worden verwijderd en hem zal voorgoed geen plaats meer op deze markt worden verleend.

Ik vertrouw, dat een ieder zich stipt aan het vorenstaande verbod zal houden, zoodat het onderwijs ongehinderd kan plaatsvinden.

De Directeur van het Marktwezen. Dit document is een officiële waarschuwing gericht aan de marktkooplieden van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. De kern van de klacht is geluidsoverlast: het luidkeels aanprijzen van waren (schreeuwen) verstoort de lessen op de school aan de Albert Cuypstraat 241.

De toon van het communiqué is streng en autoritair. Er wordt niet alleen een verbod herhaald, maar ook een zeer zware sanctie aangekondigd voor overtreders: onmiddellijke en permanente ontzegging van een staanplaats op de markt. Het gebruik van vetgedrukte tekst benadrukt de onherroepelijkheid van deze straf. Het document weerspiegelt de spanning tussen de commerciële dynamiek van een drukke straatmarkt en het belang van rust voor het onderwijs in dezelfde straat. De Albert Cuypmarkt was in 1940 reeds een gevestigde en drukke instelling in de Amsterdamse Pijp. De datering (5 februari 1940) plaatst dit document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. Hoewel de oorlogsdreiging op de achtergrond aanwezig was, ging het dagelijks leven en het stedelijk beheer in Amsterdam nog zijn gewone gang.

De genoemde school op nummer 241 betrof de voormalige Openbare Lagere School (tegenwoordig bevindt zich daar een ander type instelling). In die tijd was het gebruikelijk dat marktkooplieden hun waren luidkeels aanprezen om klanten te lokken, een praktijk die botste met de behoefte aan concentratie in de omliggende klaslokalen. Het feit dat de "Directeur van het Marktwezen" dit namens de "Wethouder voor de Levensmiddelen" verstuurt, toont aan dat het marktbeheer destijds direct onder het beheer van de voedselvoorziening en het stadsbestuur viel.

Samenvatting

Dit document is een officiële waarschuwing gericht aan de marktkooplieden van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. De kern van de klacht is geluidsoverlast: het luidkeels aanprijzen van waren (schreeuwen) verstoort de lessen op de school aan de Albert Cuypstraat 241.

De toon van het communiqué is streng en autoritair. Er wordt niet alleen een verbod herhaald, maar ook een zeer zware sanctie aangekondigd voor overtreders: onmiddellijke en permanente ontzegging van een staanplaats op de markt. Het gebruik van vetgedrukte tekst benadrukt de onherroepelijkheid van deze straf. Het document weerspiegelt de spanning tussen de commerciële dynamiek van een drukke straatmarkt en het belang van rust voor het onderwijs in dezelfde straat.

Historische Context

De Albert Cuypmarkt was in 1940 reeds een gevestigde en drukke instelling in de Amsterdamse Pijp. De datering (5 februari 1940) plaatst dit document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. Hoewel de oorlogsdreiging op de achtergrond aanwezig was, ging het dagelijks leven en het stedelijk beheer in Amsterdam nog zijn gewone gang.

De genoemde school op nummer 241 betrof de voormalige Openbare Lagere School (tegenwoordig bevindt zich daar een ander type instelling). In die tijd was het gebruikelijk dat marktkooplieden hun waren luidkeels aanprezen om klanten te lokken, een praktijk die botste met de behoefte aan concentratie in de omliggende klaslokalen. Het feit dat de "Directeur van het Marktwezen" dit namens de "Wethouder voor de Levensmiddelen" verstuurt, toont aan dat het marktbeheer destijds direct onder het beheer van de voedselvoorziening en het stadsbestuur viel.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 4