Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 80
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief / sommatie.

24 januari 1940.

Origineel

Officiële brief / sommatie. 24 januari 1940. [Logo: Wapen van Amsterdam met drie kruizen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

Handgeschreven: Verzonden 24/1 - '40

No. 25/17/9 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP : _

AMSTERDAM (W.) 24 Januari 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN Mw.C.E.v.Ommen-Cohen,
Albert Cuypstraat 197 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 28 Januari a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.

Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 29 Januari a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.

Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

[Ondertekening ontbreekt/ruimte voor stempel]

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Dit document is een formele waarschuwing (sommatie) van de Amsterdamse dienst Marktwezen aan een marktkoopvrouw. De kern van de zaak is een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor haar standplaats op de Albert Cuypmarkt.

De toon van de brief is dwingend en bureaucratisch. Er wordt een harde deadline gesteld (28 januari 1940), waarbij de consequenties van niet-betaling direct worden benoemd: het onherroepelijk intrekken van de vaste standplaats op basis van de geldende regelgeving (artikel 11 van het Marktreglement).

Interessant is de laatste alinea, waarin een opening wordt geboden voor verzachtende omstandigheden, zoals ziekte of het ontvangen van een uitkering ("steun"). Dit duidt op een beleid waarbij sociale omstandigheden nog konden meewegen, mits tijdig gecommuniceerd. De datum van de brief, 24 januari 1940, is historisch relevant: het is slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, gelegen in de Pijp.

De naam van de geadresseerde, Mevrouw Cohen, wijst op een Joodse achtergrond. In deze periode waren veel markthandelaren in Amsterdam van Joodse afkomst. Hoewel de brief op zichzelf een standaard administratieve handeling lijkt te zijn, krijgt het document een beladen karakter door de naderende oorlog en de daaropvolgende maatregelen tegen Joodse burgers, die later volledig van de markten zouden worden geweerd.

Het adres, Albert Cuypstraat 197 II, is een woning direct aan de straat waar zij haar nering dreef, wat destijds gebruikelijk was voor marktkooplui. De vermelding "Wijk 14" verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam die door de gemeente werd gebruikt voor administratieve doeleinden.

Samenvatting

Dit document is een formele waarschuwing (sommatie) van de Amsterdamse dienst Marktwezen aan een marktkoopvrouw. De kern van de zaak is een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor haar standplaats op de Albert Cuypmarkt.

De toon van de brief is dwingend en bureaucratisch. Er wordt een harde deadline gesteld (28 januari 1940), waarbij de consequenties van niet-betaling direct worden benoemd: het onherroepelijk intrekken van de vaste standplaats op basis van de geldende regelgeving (artikel 11 van het Marktreglement).

Interessant is de laatste alinea, waarin een opening wordt geboden voor verzachtende omstandigheden, zoals ziekte of het ontvangen van een uitkering ("steun"). Dit duidt op een beleid waarbij sociale omstandigheden nog konden meewegen, mits tijdig gecommuniceerd.

Historische Context

De datum van de brief, 24 januari 1940, is historisch relevant: het is slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, gelegen in de Pijp.

De naam van de geadresseerde, Mevrouw Cohen, wijst op een Joodse achtergrond. In deze periode waren veel markthandelaren in Amsterdam van Joodse afkomst. Hoewel de brief op zichzelf een standaard administratieve handeling lijkt te zijn, krijgt het document een beladen karakter door de naderende oorlog en de daaropvolgende maatregelen tegen Joodse burgers, die later volledig van de markten zouden worden geweerd.

Het adres, Albert Cuypstraat 197 II, is een woning direct aan de straat waar zij haar nering dreef, wat destijds gebruikelijk was voor marktkooplui. De vermelding "Wijk 14" verwijst naar de oude wijkindeling van Amsterdam die door de gemeente werd gebruikt voor administratieve doeleinden.

Gerelateerde Documenten 4