Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 88
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (handgeschreven)

25 januari 1940

Origineel

Brief (handgeschreven) 25 januari 1940 [Linksboven, handgeschreven:]
een schrijven No 25/17/12 dd.

[Rechtsboven, handgeschreven:]
25/1, 1940.

[Stempels en aantekeningen in de kop:]
No 25 / 17 / 15
M. 1940
26/1 uit op. [?]

[Inhoud brief:]
Hoog edelen Heer Inspecteur

Naar aanleiding een schrijven
te hebben ontvangen kon ik u
hier mede berichten, dat het
verzuim van mijn man
Benjamin de Vries van de
markt Albertcuypstraat
buiten zijn schuld is

Mijn man heeft nog nooit
zoo lang verzuimd deze
markt te bezoeken

Wanneer de vorst zich niet
zoo lang en hevig zich
uitgebreid had, had mijn
man niet nodig te verzuimen
Dezen gedwongen winter
vacantie is voor ons een
schade, doch niet alleen
dat wij dezen schade hebben
gaan de kosten op de markt
toch door.

[Rechtsonder:]
25 In deze brief schrijft een vrouw (de echtgenote van Benjamin de Vries) aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een verontschuldiging voor het feit dat haar echtgenoot zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt gedurende langere tijd niet heeft ingenomen.

De schrijfster benadrukt drie punten:
1. Overmacht: Het verzuim is "buiten zijn schuld".
2. Uitzonderlijkheid: Hij heeft in het verleden nooit zo lang verstek laten gaan.
3. Oorzaak: De extreme kou en aanhoudende vorst maken het werken op de markt onmogelijk.

De toon is beleefd doch dringend. Ze wijst op de financiële nood: de "gedwongen wintervacantie" zorgt voor inkomstenderving, terwijl de vaste kosten (marktgelden/staangeld) gewoon doorlopen. De datum van de brief, 25 januari 1940, plaatst het document in een specifieke historische context:

  1. De Winter van 1939-1940: Dit was een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. De koudegolf begon in januari 1940 en zorgde voor enorme overlast en bevriezing van waterwegen. Voor marktkooplieden, die de hele dag buiten stonden, was het vaak fysiek onmogelijk of onverantwoord om hun waar te verkopen.
  2. De Albert Cuypmarkt: De brief geeft een inkijkje in de strikte administratie van het Amsterdamse Marktwezen in die tijd. Kooplieden moesten hun afwezigheid schriftelijk rechtvaardigen om hun vergunning of vaste plek niet te verliezen.
  3. Historische periode: De brief is geschreven tijdens de mobilisatieperiode, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De naam "Benjamin de Vries" en de context van de Amsterdamse markt suggereren dat de betrokkene mogelijk van Joodse afkomst was, wat de brief in het licht van de latere gebeurtenissen in 1940 extra wrang maakt. Naar aanleiding (Inspecteur) Marktwezen

Samenvatting

In deze brief schrijft een vrouw (de echtgenote van Benjamin de Vries) aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is een verontschuldiging voor het feit dat haar echtgenoot zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt gedurende langere tijd niet heeft ingenomen.

De schrijfster benadrukt drie punten:
1. Overmacht: Het verzuim is "buiten zijn schuld".
2. Uitzonderlijkheid: Hij heeft in het verleden nooit zo lang verstek laten gaan.
3. Oorzaak: De extreme kou en aanhoudende vorst maken het werken op de markt onmogelijk.

De toon is beleefd doch dringend. Ze wijst op de financiële nood: de "gedwongen wintervacantie" zorgt voor inkomstenderving, terwijl de vaste kosten (marktgelden/staangeld) gewoon doorlopen.

Historische Context

De datum van de brief, 25 januari 1940, plaatst het document in een specifieke historische context:

  1. De Winter van 1939-1940: Dit was een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. De koudegolf begon in januari 1940 en zorgde voor enorme overlast en bevriezing van waterwegen. Voor marktkooplieden, die de hele dag buiten stonden, was het vaak fysiek onmogelijk of onverantwoord om hun waar te verkopen.
  2. De Albert Cuypmarkt: De brief geeft een inkijkje in de strikte administratie van het Amsterdamse Marktwezen in die tijd. Kooplieden moesten hun afwezigheid schriftelijk rechtvaardigen om hun vergunning of vaste plek niet te verliezen.
  3. Historische periode: De brief is geschreven tijdens de mobilisatieperiode, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De naam "Benjamin de Vries" en de context van de Amsterdamse markt suggereren dat de betrokkene mogelijk van Joodse afkomst was, wat de brief in het licht van de latere gebeurtenissen in 1940 extra wrang maakt.

Genoemde Personen 1

Naar aanleiding (Inspecteur)

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 4