Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). 27 januari 1940. Een marktkoopman (naam niet vermeld op deze pagina). Nº 25/17/19 M. 1940 30/I
Amsterdam. 27/1/40
Weledelgestrenge Heer.
Naar aanleiding van Uw schrijven
betreffende intrekking van mijn vaste plaats
met ingang van 29 Januari e.k. bericht ik
uwedg: het navolgende:
Wegens de vorstperiode heb ik na
6 Januari 1940 niet meer kunnen uitpakken en
evenmin het marktgeld voldaan.
Getracht is door mij om gemeentelijke
ondersteuning te verkrijgen, doch zulks is in eerste
instantie afgewezen.
Mijn gezin bestaat uit man, vrouw en
twee kinderen, waarvan de zoon marktkoopman
is en mijn dochter op kantoor, verdient ƒ 55,= per
maand en, mijn zoon zijn moeder ƒ 4.- p. week afdraagt
daar zijn inkomsten gering zijn, dus zoodat de
totale gezinsinkomsten ƒ 16.70 per week bedragen.
Echter gaat van dit bedrag van-
zelfsprekend af voor noodzakelijk kleeding en
voeding onderhoud voor mijn dochter in verband
met haar betrekking, zoodat het werkelijk gezins..
inkomen beneden ƒ 16,70 per week ligt. Daar zooals
door mij is uiteengezet feitelijk mijn inkomsten
beneden het steunbedrag liggen, verzoek ik U In deze brief protesteert een Amsterdamse marktkoopman tegen het besluit om zijn vaste staplaats op de markt in te trekken per 29 januari 1940. De reden voor de intrekking is dat hij sinds 6 januari geen marktgelden heeft betaald en zijn kraam niet heeft opgezet.
De briefschrijver voert overmacht aan: door een aanhoudende vorstperiode was het onmogelijk om te werken ("uitpakken"). Hij schetst een precair financieel beeld van zijn gezin om aan te tonen dat hij recht heeft op coulance of steun. Het totale gezinsinkomen bedraagt slechts ƒ 16,70 per week (afkomstig van een dochter op kantoor en een kleine bijdrage van een zoon). Hij beargumenteert dat dit bedrag feitelijk nog lager ligt vanwege de noodzakelijke representatiekosten van zijn dochter voor haar werk. De kern van zijn betoog is dat zijn inkomen onder de toenmalige armoedegrens (het "steunbedrag") ligt. De winter van 1939-1940: Deze winter staat bekend als een van de strengste van de 20e eeuw in Nederland. In januari 1940 was er sprake van een extreem koude periode met veel sneeuw en ijs, wat het buitenwerk voor marktkooplieden vrijwel onmogelijk maakte.
Maatschappelijke context: De brief is geschreven enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. Nederland bevond zich in een economisch lastige periode met veel werkloosheid. De "steun" (gemeentelijke armenzorg) was destijds aan zeer strenge regels gebonden en was vaak onvoldoende om van rond te komen. Voor marktkooplieden betekende "niet uitpakken" direct geen inkomen, terwijl de vaste lasten voor de standplaats doorliepen. Dit document illustreert de bittere armoede en de bureaucratische strijd van kleine zelfstandigen in die tijd. Marktwezen