Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 111
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie van een gemeentelijke instantie.

3 april 1940. Van: Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam (Reguliersdwarsstraat 65-71). Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W.

Origineel

Officiële brief/correspondentie van een gemeentelijke instantie. 3 april 1940. Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun, Amsterdam (Reguliersdwarsstraat 65-71). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. Model No. 408

Nº 25/17/23 M. 1940 4/4

GEMEENTELIJK BUREAU VOOR
MAATSCHAPPELIJKEN STEUN
H./Kf.

AMSTERDAM, 3 April 1940
Reguliersdwarsstraat 65—71

Bijlagen:
Gelieve bij beantwoording aan te halen:
Lett. I.M.
No. 3859/115565

Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM-W-

In antwoord op Uw brief No 25/17/21 M van 3 Februari 1940 deel ik U mede, dat het gezin A. Italiaander, Graaf Florisstraat 7 III, bestaat uit man, vrouw en twee kinderen van 31 en 26 jaar. De man is marktkoopman van beroep; gedurende de vorstperiode heeft hij niet op de markt gestaan en had hij geen verdiensten. De 31 jarige dochter verdient f. 55.-- per maand. De 26 jarige zoon is marktkoopman; hij handelt in gloeilampen en verdient volgens eigen opgave ± f. 10.-- per week.

Bovendien is juist dezer dagen gebleken, dat de vrouw verdiensten heeft, als reizigster in corsetten en buikbanden. Hoeveel de verdiensten hiermede bedragen, was nog niet vast te stellen.

In verband met de gezinsinkomsten en de onjuiste opgaven van betrokkenen is op zijn aanvraag om hulp van 12 Januari 1940 afwijzend beschikt.

DE DIRECTEUR VOOR MAATSCHAPPELIJKEN STEUN,

[Handtekening] Deze brief legt de resultaten vast van een onderzoek naar de financiële situatie van de familie A. Italiaander, wonende aan de Graaf Florisstraat 7-III in Amsterdam. Het gezin had op 12 januari 1940 een aanvraag ingediend voor maatschappelijke steun, waarschijnlijk omdat de vader als marktkoopman door een strenge vorstperiode geen inkomen had.

Uit het onderzoek van het bureau bleek echter dat er andere inkomstenbronnen binnen het huishouden waren die niet (correct) waren opgegeven:
1. Een dochter (31) verdiende 55 gulden per maand.
2. Een zoon (26) verdiende als marktkoopman in gloeilampen ongeveer 10 gulden per week.
3. De moeder bleek werkzaam als "reizigster" (handelsreiziger) in korsetten en buikbanden.

Vanwege deze gezamenlijke inkomsten en het feit dat de aanvragers "onjuiste opgaven" hadden gedaan over hun financiële middelen, werd de aanvraag voor steun officieel afgewezen. De toon van de brief is strikt zakelijk en illustratief voor de strenge controle op de besteding van publieke middelen voor armenzorg in die tijd. De brief is gedateerd op 3 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde familie Italiaander woonde in de Swammerdam-buurt (nabij de Weesperzijde), een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. Gezien de achternaam is het zeer waarschijnlijk dat dit een Joods gezin betrof.

De winter van 1939-1940 was een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat verklaart waarom de vader ("marktkoopman") geen inkomsten had; de markten lagen vaak stil door de extreme kou. In deze periode was er nog geen sprake van een modern sociaal zekerheidsstelsel; steun van het 'Armenbestuur' of Maatschappelijk Steun was aan zeer strenge voorwaarden en indringende controles onderworpen. Het feit dat volwassen kinderen van 26 en 31 nog thuis woonden en bijdroegen aan het huishouden was in die tijd de norm.

Samenvatting

Deze brief legt de resultaten vast van een onderzoek naar de financiële situatie van de familie A. Italiaander, wonende aan de Graaf Florisstraat 7-III in Amsterdam. Het gezin had op 12 januari 1940 een aanvraag ingediend voor maatschappelijke steun, waarschijnlijk omdat de vader als marktkoopman door een strenge vorstperiode geen inkomen had.

Uit het onderzoek van het bureau bleek echter dat er andere inkomstenbronnen binnen het huishouden waren die niet (correct) waren opgegeven:
1. Een dochter (31) verdiende 55 gulden per maand.
2. Een zoon (26) verdiende als marktkoopman in gloeilampen ongeveer 10 gulden per week.
3. De moeder bleek werkzaam als "reizigster" (handelsreiziger) in korsetten en buikbanden.

Vanwege deze gezamenlijke inkomsten en het feit dat de aanvragers "onjuiste opgaven" hadden gedaan over hun financiële middelen, werd de aanvraag voor steun officieel afgewezen. De toon van de brief is strikt zakelijk en illustratief voor de strenge controle op de besteding van publieke middelen voor armenzorg in die tijd.

Historische Context

De brief is gedateerd op 3 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde familie Italiaander woonde in de Swammerdam-buurt (nabij de Weesperzijde), een buurt waar destijds veel Joodse gezinnen woonden. Gezien de achternaam is het zeer waarschijnlijk dat dit een Joods gezin betrof.

De winter van 1939-1940 was een van de strengste winters van de 20e eeuw, wat verklaart waarom de vader ("marktkoopman") geen inkomsten had; de markten lagen vaak stil door de extreme kou. In deze periode was er nog geen sprake van een modern sociaal zekerheidsstelsel; steun van het 'Armenbestuur' of Maatschappelijk Steun was aan zeer strenge voorwaarden en indringende controles onderworpen. Het feit dat volwassen kinderen van 26 en 31 nog thuis woonden en bijdroegen aan het huishouden was in die tijd de norm.

Gerelateerde Documenten 4