Brief / Verzoekschrift.
Origineel
Brief / Verzoekschrift. De weduwe van J. Lahnstein. Een onbekende autoriteit (waarschijnlijk een marktmeester of gemeentelijk ambtenaar). (In de rechterbovenhoek staat een archiefnotitie: "in Map J")
Mijn Heer.
Daar mijn man J.
Lahnstein is overleden
en ik niet alleen op
de markt kan zijn
zonder hulp. Nu
had ik een beleefd
verzoek aan u of mijn
Nichtje Maria Krabbes
mijn mag komen
helpen oud 22 jaar.
Voor de verkoop
van Pinda's. * Inhoud: De schrijfster legt uit dat haar echtgenoot, J. Lahnstein, is overleden. Vanwege zijn overlijden kan zij het werk op de markt niet meer alleen aan. Zij verzoekt formeel om toestemming zodat haar 22-jarige nichtje, Maria Krabbes, haar mag assisteren bij het verkopen van pinda's.
* Paleografie: Het document is geschreven in een vlot, leesbaar cursief handschrift. Er is sprake van enkele grammaticale eigenaardigheden ("mijn mag" in plaats van "mij mag"), wat vaker voorkwam in informele of semi-formele correspondentie van mensen uit de arbeidersklasse in die periode.
* Fysieke staat: De tekst is goed leesbaar en de inkt is duidelijk tegen de donkere achtergrond van het papier. Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische realiteit van kleine straathandelaren in Nederland rond 1900. Marktvergunningen waren strikt gereguleerd en vaak gebonden aan een persoon. Bij het overlijden van een vergunninghouder moest de weduwe toestemming vragen om de nering voort te zetten of om extra hulp in te schakelen. Het verkopen van pinda's was een typische vorm van kleinschalige handel waarmee men in het levensonderhoud probeerde te voorzien. Voor genealoog onderzoek is dit document waardevol vanwege de vermelding van de namen J. Lahnstein en Maria Krabbes.