Handgeschreven bericht/briefafsluiting (waarschijnlijk de achterzijde van een formulier of een bijlage).
Origineel
Handgeschreven bericht/briefafsluiting (waarschijnlijk de achterzijde van een formulier of een bijlage). (Linkermarge, verticaal geschreven/gestempeld:)
30/1
M. 1940
№ 25/21/1
(Centrale tekst:)
Bij voorbaat
mijn dank.
Hoogachtend.
Wed. B. Lahnstein
Dobben
Vrolikstraat
317.
Alhier Het document is een korte, formele afsluiting van een correspondentie. De afzender is de weduwe B. Lahnstein-Dobben. De tekst "Bij voorbaat mijn dank" suggereert dat dit bericht deel uitmaakte van een verzoekschrift of aanvraag.
De paarse stempel "M. 1940" is een typisch kenmerk van de Amsterdamse gemeentelijke administratie uit die tijd, waarbij de 'M' vaak stond voor de afdeling 'Marktwezen'. De handgeschreven cijfers "25/21/1" zijn waarschijnlijk een dossier- of referentienummer. De aanduiding "Alhier" onder de straatnaam was gebruikelijk wanneer de brief binnen dezelfde stad (Amsterdam) werd verstuurd. De datering van januari 1940 plaatst dit document in de maanden vlak voor de Duitse inval in Nederland. Het adres Vrolikstraat 317 bevond zich in de Oosterparkbuurt, een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie in die periode.
Op basis van genealogische bronnen kan de afzender worden geïdentificeerd als Betje Lahnstein-Dobben (geboren 27 mei 1878). Zij was de weduwe van Salomon Lahnstein, die in 1935 was overleden. Betje woonde inderdaad op het adres Vrolikstraat 317-I. Dergelijke documenten in de archieven van Marktwezen hebben vaak betrekking op marktvergunningen of standplaatsen, wat een veelvoorkomende bron van inkomsten was voor de bewoners van deze wijk. Betje Lahnstein-Dobben is in oktober 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt daarmee een van de laatste administratieve sporen van haar leven in Amsterdam voor de deportaties. B. Lahnstein I. Dergelijke Marktwezen