Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 181
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).

6 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam).

Origineel

Officiële brief/kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 6 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). 25/32/2 M. 6 Augustus 1940.

                                                  Mevr. Weserman,
                                                  Stadionweg 249,
                                                  Amsterdam-Zuid.

       Naar aanleiding van een door U ingediend desbetreffend

verzoek bericht ik U, dat voor het verkrijgen van een vaste
plaats op een der markten hier ter stede, krachtens Reglement,
de Nederlandsche nationaliteit wordt vereischt. Op dit voor-
schrift kunnen thans geen uitzonderingen worden gemaakt. Aan-
gezien U niet aan het bovenbedoelde vereischte voldoet, moet
Uw verzoek van de hand worden gewezen.

                                                  De Directeur, De brief is een formeel, ambtelijk schrijven waarin een aanvraag voor een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt wordt afgewezen. De reden voor de afwijzing is strikt juridisch-administratief: de aanvrager, mevrouw Weserman, bezit niet de Nederlandse nationaliteit. Er wordt verwezen naar een reglement waarin dit als harde eis wordt gesteld, en de brief benadrukt dat er "thans geen uitzonderingen" worden gemaakt. De toon is zakelijk en onverbiddelijk. De datum van de brief, 6 augustus 1940, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment drie maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief spreekt over een algemeen geldend "Reglement" betreffende de nationaliteit, moet dit worden gezien in het licht van de beginnende uitsluiting van bevolkingsgroepen.

Veel Joodse inwoners van Amsterdam, waaronder vluchtelingen uit Duitsland die in Amsterdam-Zuid (zoals aan de Stadionweg) woonden, waren staatloos of bezaten een niet-Nederlandse nationaliteit. Door strikt vast te houden aan de nationaliteitseis konden de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie op een ogenschijnlijk legale wijze mensen met een migratie-achtergrond (vaak Joodse vluchtelingen) economisch marginaliseren en hen de toegang tot middelen van bestaan, zoals een marktplaats, ontzeggen. Dit document illustreert hoe administratieve regels in oorlogstijd werden ingezet voor uitsluiting.

Samenvatting

De brief is een formeel, ambtelijk schrijven waarin een aanvraag voor een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt wordt afgewezen. De reden voor de afwijzing is strikt juridisch-administratief: de aanvrager, mevrouw Weserman, bezit niet de Nederlandse nationaliteit. Er wordt verwezen naar een reglement waarin dit als harde eis wordt gesteld, en de brief benadrukt dat er "thans geen uitzonderingen" worden gemaakt. De toon is zakelijk en onverbiddelijk.

Historische Context

De datum van de brief, 6 augustus 1940, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment drie maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief spreekt over een algemeen geldend "Reglement" betreffende de nationaliteit, moet dit worden gezien in het licht van de beginnende uitsluiting van bevolkingsgroepen.

Veel Joodse inwoners van Amsterdam, waaronder vluchtelingen uit Duitsland die in Amsterdam-Zuid (zoals aan de Stadionweg) woonden, waren staatloos of bezaten een niet-Nederlandse nationaliteit. Door strikt vast te houden aan de nationaliteitseis konden de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie op een ogenschijnlijk legale wijze mensen met een migratie-achtergrond (vaak Joodse vluchtelingen) economisch marginaliseren en hen de toegang tot middelen van bestaan, zoals een marktplaats, ontzeggen. Dit document illustreert hoe administratieve regels in oorlogstijd werden ingezet voor uitsluiting.

Gerelateerde Documenten 4