Handgeschreven briefkaart / verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven briefkaart / verzoekschrift. 2 maart 1911. J. Cohen. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Aan den Heer A'dam 2 Maart '11
Directeur v/h Marktwezen
inwsp. [in woonplaats]
Geachte Heer,
Hiermede verzoek ik u de mogelijk-
heid te willen onderzoeken om mij voor
eene vaste standplaats op de markt
van de Alb. Cuypstraat in aanmerk-
ing te doen komen. Ik ben reeds 8
jaar marktkoopman & werkte
voorheen meer in de provincie.
Maar wenschte nu blijvend in A'dam
te werken. Hopende op eene gunstige
beschikking verblijft Hoogachtend
J. Cohen * Inhoud: De afzender, J. Cohen, verzoekt de directeur van het Marktwezen om een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij motiveert dit door te wijzen op zijn acht jaar ervaring als marktkoopman, hoofdzakelijk buiten Amsterdam ("in de provincie"). Hij spreekt de wens uit om zich nu permanent als koopman in Amsterdam te vestigen.
* Stijl en handschrift: De brief is geschreven in een net, licht hellend cursief handschrift dat typerend is voor het begin van de 20e eeuw. De taal is formeel en beleefd, met gebruik van de destijds gebruikelijke naamvalsuitgangen (zoals "den Heer" en "eene").
* Afkortingen: "v/h" staat voor "van het", "A'dam" voor "Amsterdam", en "inwsp." is een gangbare archaïsche afkorting voor "in woonplaats" (vergelijkbaar met "alhier"), wat aangeeft dat de geadresseerde zich in dezelfde stad bevindt als de afzender. * Albert Cuypmarkt: De Albert Cuypmarkt werd officieel ingesteld in 1905. In 1911, het jaar van schrijven, was de markt nog relatief jong maar groeide deze snel uit tot de belangrijkste markt van Amsterdam. Vóór die tijd was de straathandel in de buurt chaotisch en ongereguleerd.
* Regulering: Aan het begin van de 20e eeuw begon de gemeente Amsterdam de straathandel strenger te reguleren. Kooplui moesten officiële vergunningen aanvragen voor een "vaste standplaats".
* Sociale geschiedenis: De naam J. Cohen duidt op een Joodse achtergrond. Joodse Amsterdammers speelden een cruciale rol in de ontwikkeling van de Amsterdamse markthandel. De vermelding dat hij "in de provincie" werkte, suggereert dat hij mogelijk een reizende koopman of venter was voordat hij probeerde een vaste plek in de hoofdstad te bemachtigen. J. Cohen Gemeente Amsterdam Marktwezen