Handgeschreven ambtelijke correspondentie/rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke correspondentie/rapportage. 14 mei 1940. dezelfde branche, dus wordt noch Hoekstra noch
Manou naast Terwiel geplaatst, doch veelal
minstens drie marktplaatsen er vanaf, zoodat
niet van directe concurrentie kan gesproken worden.
Deze maatstaf moet als ruim voldoende worden
beschouwd.
Een andere zaak is het, wanneer genoemde
twee kooplieden den heer Terwiel gaan hinderen,
waardoor de rust op de markt in gevaar komt.
Wat zulks onduldbaar is staat buiten kijf.
Volgens Terwiel is de marktkoopman Manou
op 10 Maart jl. zelfs zoo ver gegaan de marktamb-
tenaren van corruptie te beschuldigen.
Gezien de onderlingen concurrentienijd kwam
dat Terwiel niet goed van pas.
We weten nu zoo zoetjesaan wel, dat alle
ambtenaren van Marktwezen in sommige oogen
corruptie plegen en fooien aannemers zijn, doch
een openlijke beschuldiging op de markt, te-
midden van het marktpubliek gaat toch wel ver.
Bijzonder zal ik het op prijs stellen, dat een
diepgaand onderzoek naar de beweringen van
Manou wordt ingesteld, zoodat een aanklacht
bij den Officier van Justitie kan worden ingediend,
daar dergelijke beweringen den dienst 't Marktwezen
en zijn ambtenaren blijvende schade berokkenen.
Amst. 14 Mei '40
[Handtekening] De tekst beschrijft een escalerend conflict op een Amsterdamse markt. In eerste instantie gaat het om een ruimtelijke ordening: om concurrentiestrijd te voorkomen, worden de kooplieden Hoekstra en Manou niet direct naast hun concurrent Terwiel geplaatst, maar op minstens drie plaatsen afstand. De auteur van de brief acht dit een afdoende maatregel.
De kern van de brief verschuift echter naar een ernstiger vergrijp: de koopman Manou zou de marktambtenaren publiekelijk hebben beschuldigd van corruptie en het aannemen van steekpenningen ("fooien"). De auteur erkent cynisch dat het publiek dit beeld vaker heeft ("in sommige oogen"), maar stelt dat een openlijke beschuldiging in de openbare ruimte onacceptabel is. Er wordt aangedrongen op een diepgaand onderzoek met als doel een strafrechtelijke klacht (laster/smaad) in te dienen bij de Officier van Justitie om de reputatie van de 'Dienst Marktwezen' te beschermen. Het document is gedateerd op 14 mei 1940. Dit is een historisch zeer beladen datum: het is de dag van het bombardement op Rotterdam en de dag waarop de Nederlandse legerleiding besloot tot capitulatie aan nazi-Duitsland.
Het is opvallend dat de ambtelijke molen in Amsterdam op deze dag van nationale chaos nog steeds draait om relatief kleine zaken zoals marktplaatsindelingen en onderlinge vetes tussen kooplieden. Het toont de continuïteit van de civiele administratie, zelfs op het moment dat het land militair en politiek instort. De gehanteerde spelling (bijv. "zoodat", "onderlingen") is de destijds gangbare spelling-De Vries en Te Winkel. Hoekstra Manou Terwiel (kooplieden).