Archiefkaart / Indexkaart (waarschijnlijk uit een dossier van de vreemdelingenpolitie of een hulpinstantie voor vluchtelingen).
Origineel
Archiefkaart / Indexkaart (waarschijnlijk uit een dossier van de vreemdelingenpolitie of een hulpinstantie voor vluchtelingen). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M.* No. 25/43/1 1940
DOORGEZONDEN: 13/3 - '40
[Hoofdtekst]
E. Süssenwein, Israeliet.
geb. 11/4 - 1906 Deutschland
Reeds 12 jaar in Holland
(gecontroleerd met pas.)
agenturen, fabriek gehad in metaalwaren.
Sinds zomer 1939 marktkoopman, eerst
Ten Katestraat, daarna Alb. Cuypstraat.
Kan niet naar Deutschland terug.
Ongehuwd.
Broer reeds ruim 12 jaar in Holland.
Moeder nog in D.
[Notities rechtsboven]
90
Oproepen
20-3-'40
Alleen
O 22/3
[Notities onderaan]
11.
25/43/ ~ [in rood potlood]
6/8 - '40 [gevolgd door een paraaf/teken] * Persoon: De kaart betreft E. Süssenwein, een Joodse man (aangeduid als 'Israeliet') geboren in Duitsland op 11 april 1906.
* Status: Hij verbleef ten tijde van de registratie al 12 jaar in Nederland (sinds ca. 1928), wat betekent dat hij ruim voor de machtsovername van de Nazi's naar Nederland was gekomen. Zijn paspoort is gecontroleerd door de instantie.
* Beroep: Hij werkte voorheen in de metaalwaren (agenturen en fabriek), maar is door de omstandigheden vanaf de zomer van 1939 als marktkoopman gaan werken op bekende Amsterdamse markten: de Ten Katestraat en de Albert Cuypstraat.
* Politieke situatie: De opmerking "Kan niet naar Deutschland terug" duidt op zijn vluchtelingenstatus of de onmogelijkheid tot terugkeer vanwege zijn Joodse achtergrond in nazi-Duitsland. Zijn moeder verbleef op dat moment nog in Duitsland ("D.").
* Ambtelijke handelingen: De kaart bevat diverse data uit 1940. Hij werd opgeroepen op 20 maart 1940. De laatste aantekening is van 6 augustus 1940, vlak na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit document is een treffend voorbeeld van de administratieve vastlegging van Joodse inwoners in Nederland vlak voor en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het type formulier (Algemeene Zaken) werd vaak gebruikt door gemeentelijke instanties of de vreemdelingenpolitie om toezicht te houden op niet-Nederlandse ingezetenen. De vermelding van specifieke marktlocaties in Amsterdam suggereert dat de persoon deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap in Amsterdam die trachtte te overleven in de informele handel toen andere economische wegen werden afgesloten.