Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 12 maart 1940. E. Süssenwein, Holendrechtstraat 17, Amsterdam. Aan het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
№ 25/43 / M. 1940 13/3
[Rechtsboven:]
A’dam den 12. 3. 40.
Holendrechtstr 17.
[Adresing:]
Aan het
Marktwezen
Amsterdam
[Met potlood bijgeschreven:] mi Insp.
Mijne Heeren!
Naar aanleiding het onderhoud
hebbende met den Heer Inspecteur j. l. Woensdag,
deel ik U nogmaals de feiten mede waar voor het
gaat, en wel:
Daar ik al 12 jaar in Nederland
verblijf en sinds eenigen tijd op de markt sta,
wensch ik om deze redenen graag in aanmer-
king te mogen komen om mij gelijk te stellen
met de andere kooplieden.
Mocht U van mij nog het één en
andere willen vernemen, ben ik gaarne bereid
ten Uwent te komen.
Hoogachtend.
E. Süssenwein.
P.S.
Markt. Alb. Cuypstr. * Inhoud: De briefschrijver, E. Süssenwein, verzoekt de gemeente Amsterdam (dienst Marktwezen) om formeel te worden gelijkgesteld met andere marktkooplieden. Hij voert hiervoor twee argumenten aan: zijn twaalfjarige verblijf in Nederland en het feit dat hij al enige tijd een kraam op de markt heeft.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een formele en beleefde stijl, kenmerkend voor zakelijke correspondentie uit die tijd (bijv. "Mijne Heeren", "ten Uwent"). Het gebruik van "nogmaals" en de verwijzing naar een eerder gesprek met een inspecteur suggereert dat de schrijver volhardend is in zijn poging om zijn status te regulariseren.
* Locatie: Uit het postscriptum blijkt dat het specifiek gaat om een standplaats op de Albert Cuypmarkt, een van de belangrijkste markten van Amsterdam.
* Taalgebruik: Er staan enkele kleine grammaticale eigenaardigheden in de brief (zoals "Naar aanleiding het onderhoud" in plaats van "van het"), wat mogelijk wijst op een schrijver wiens moedertaal niet Nederlands is. * Historische timing: De brief is gedateerd op 12 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De naam Süssenwein is van Joods-Duitse of Oostenrijkse oorsprong. Gezien de datum en de inhoud is het zeer waarschijnlijk dat de schrijver een vluchteling was die probeerde een legaal en stabiel bestaan op te bouwen in Amsterdam.
* Regulering: In de jaren '30 en '40 was het marktwezen in Amsterdam strikt gereguleerd. Er waren beperkte plaatsen en strenge vergunningseisen. Voor Joodse vluchtelingen was het vaak een van de weinige manieren om in hun levensonderhoud te voorzien, maar zij stuitten vaak op bureaucratische hindernissen.
* Latere gevolgen: De wens tot "gelijkstelling" in deze brief krijgt een wrange lading in het licht van wat volgde: na de bezetting in mei 1940 werden Joodse marktkooplieden juist systematisch gediscrimineerd, van de markten verdreven en uiteindelijk gedeporteerd. Uit archieven (zoals de Joodsche Raad-kaarten) is bekend dat Emanuel Süssenwein en zijn gezin de Holocaust niet hebben overleefd. Dit document is daarmee een tastbare herinnering aan de pogingen van een individu om via officiële weg zijn rechten en bestaanszekerheid te borgen, vlak voordat deze hem definitief werden ontnomen. P.S. Gemeente Amsterdam Marktwezen