Officiële brief/beschikking van de Directeur van de Markten (waarschijnlijk gemeente Amsterdam).
Origineel
Officiële brief/beschikking van de Directeur van de Markten (waarschijnlijk gemeente Amsterdam). 21 Maart 1940. De Directeur (van de Markten). Den Heer M. Polak, Hemonystraat 35 II, Amsterdam-Zuid. [Rechtsboven handgeschreven in blauw potlood:] 20 ex. M. de Boer.
[Links van het midden, gestempeld/getypt:] HG.
[Links, getypt:] 25/51/8 M.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 21/3-’40.
[Rechts, getypt:] 21 Maart 1940.
[Inspringend naar rechts, getypt:]
den Heer M. Polak,
Hemonystraat 35 II,
Amsterdam-Zuid.
[Verder naar rechts, getypt:]
Wijk 17.
[Hoofdtekst, getypt:]
In verband met het feit, dat U zich op Zaterdag
16 Maart jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat
heeft laten assisteeren, terwijl U daarvoor dezerzijds geen
toestemming is verleend, heb ik U, overeenkomstig het be-
paalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten,
gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier
ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van
vier dagen, namelijk van Dinsdag 26 tot en met Vrijdag 29
Maart a.s.
[Rechtsonder, getypt:]
De Directeur,
--- Het document is een officiële kennisgeving van een strafmaatregel aan een markthandelaar, de heer M. Polak. De overtreding betreft het feit dat hij zich op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam heeft laten assisteren door iemand zonder dat daarvoor voorafgaande toestemming van de marktautoriteiten was verkregen.
De straf is gebaseerd op Artikel 39, lid 1 van het geldende Marktreglement. De sanctie is een tijdelijk verbod op het innemen van een marktplaats op alle markten in de stad voor een periode van vier opeenvolgende dagen (van 26 tot en met 29 maart 1940). Dit wijst op een streng toezicht op de marktregels in die periode, waarbij persoonlijke aanwezigheid en geautoriseerde hulp strikt werden gehandhaafd.
--- Historisch moment: De brief is gedateerd op 21 maart 1940. Dit is minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Hoewel Nederland op dit moment nog neutraal en onbezet is, is de dreiging van de oorlog voelbaar.
Locatie: De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De geadresseerde woont in de Hemonystraat, wat op loopafstand van de markt ligt.
Sociale context: De naam van de handelaar, M. Polak, duidt zeer waarschijnlijk op een persoon van Joodse afkomst. Amsterdam-Zuid en de Pijp kenden in die tijd een grote Joodse bevolking, van wie velen werkzaam waren in de handel en op de markten. Binnen enkele maanden na deze brief zouden de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de bewegingsvrijheid en economische positie van mensen zoals de heer Polak op de Amsterdamse markten drastisch gaan beperken en uiteindelijk onmogelijk maken. Dit document vormt daarmee een getuigenis van het 'normale' ambtelijke leven vlak voor de catastrofe van de bezetting.