Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 309
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving van de gemeente (waarschijnlijk de Directie van het Marktwezen).

22 maart 1940. Van: De Directeur (van de Markten, Amsterdam). Aan: Den Heer J. Wessels, Vechtstraat 32 I, Amsterdam-Zuid (Wijk 22 A).

Origineel

Officiële brief/kennisgeving van de gemeente (waarschijnlijk de Directie van het Marktwezen). 22 maart 1940. De Directeur (van de Markten, Amsterdam). Den Heer J. Wessels, Vechtstraat 32 I, Amsterdam-Zuid (Wijk 22 A). [Handgeschreven rechtsboven:] Lzn. M. de Boer.

[Linksboven:] No.25/53/2 M.
[Midden boven, gedrukt:] DV.
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 22/3-40 .

[Rechtsboven:] 22 Maart 1940.

den Heer J. Wessels,
Vechtstraat 32 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22 A.

In verband met het feit, dat U zich op 16, 17 en 18 Maart jl. op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteeren, terwijl U dezerzijds daarvoor geen toestemming is verleend, heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van drie dagen. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur, * De overtreding: De heer J. Wessels heeft op de Albert Cuypmarkt gewerkt met assistentie waarvoor hij geen officiële toestemming had. Dit gebeurde op drie opeenvolgende dagen in maart 1940.
* Juridische grondslag: De straf wordt opgelegd op basis van Artikel 39, lid 1 van het toen geldende 'Reglement op de Markten'.
* De strafmaat: Een ontzegging van het recht om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van drie dagen.
* Voorwaardelijk karakter: De straf is voorwaardelijk. Dit betekent dat de heer Wessels zijn plek mag behouden, mits hij binnen een proeftijd van één jaar niet opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat. Gebeurt dit wel, dan worden de drie dagen uitsluiting alsnog uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding.
* Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl die typerend was voor het Nederlandse gemeentebestuur in de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Het feit dat zelfs het hebben van een onvergunde assistent leidde tot een officiële schriftelijke berisping en een voorwaardelijke schorsing, toont aan hoe streng de gemeente toezag op de naleving van de marktverordeningen.

De datum, 22 maart 1940, is historisch gezien interessant: het is minder dan twee maanden voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Het document representeert de laatste fase van de normale civiele administratie voordat de bezetting de regels voor markthandelaren, en in het bijzonder voor de vele Joodse handelaren in Amsterdam-Zuid, drastisch en op wrede wijze zou veranderen. Of de heer Wessels zelf van Joodse afkomst was, is uit dit document niet direct op te maken, maar zijn adres in de Rivierenbuurt (Vechtstraat) lag in een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden.

Samenvatting

  • De overtreding: De heer J. Wessels heeft op de Albert Cuypmarkt gewerkt met assistentie waarvoor hij geen officiële toestemming had. Dit gebeurde op drie opeenvolgende dagen in maart 1940.
  • Juridische grondslag: De straf wordt opgelegd op basis van Artikel 39, lid 1 van het toen geldende 'Reglement op de Markten'.
  • De strafmaat: Een ontzegging van het recht om op de Amsterdamse markten te staan voor de duur van drie dagen.
  • Voorwaardelijk karakter: De straf is voorwaardelijk. Dit betekent dat de heer Wessels zijn plek mag behouden, mits hij binnen een proeftijd van één jaar niet opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat. Gebeurt dit wel, dan worden de drie dagen uitsluiting alsnog uitgevoerd, bovenop de straf voor de nieuwe overtreding.
  • Toon: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl die typerend was voor het Nederlandse gemeentebestuur in de eerste helft van de 20e eeuw.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Het feit dat zelfs het hebben van een onvergunde assistent leidde tot een officiële schriftelijke berisping en een voorwaardelijke schorsing, toont aan hoe streng de gemeente toezag op de naleving van de marktverordeningen.

De datum, 22 maart 1940, is historisch gezien interessant: het is minder dan twee maanden voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Het document representeert de laatste fase van de normale civiele administratie voordat de bezetting de regels voor markthandelaren, en in het bijzonder voor de vele Joodse handelaren in Amsterdam-Zuid, drastisch en op wrede wijze zou veranderen. Of de heer Wessels zelf van Joodse afkomst was, is uit dit document niet direct op te maken, maar zijn adres in de Rivierenbuurt (Vechtstraat) lag in een wijk waar destijds veel Joodse Amsterdammers woonden.

Gerelateerde Documenten 4