Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 338
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / Strafbeschikking Dienst van het Marktwezen Amsterdam.

2 april 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / Strafbeschikking Dienst van het Marktwezen Amsterdam. 2 april 1940. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven, getypt:]
DV.
25/59/2 M.

[Rechtsboven, handgeschreven in blauw potlood:]
Verz. M. de Haas

[Rechtsboven, handgeschreven in rood potlood:]
no 211 [?]

[Linksboven, handgeschreven aantekeningen:]
Verzonden 2/4 - '40.
W v Mourik
W v Burg
ter kennisneming
8-4-40
de Haas

[Midden rechts, getypt:]
2 April 1940.

den Heer C. Rustenburg,
Tuinstraat ~~79 I~~ 140
Amsterdam-C.
Wijk 7.

[Handgeschreven kanttekening midden links:]
Gezien, onder mededeeling
dat Rustenburg ’s Maandags nooit
en Dinsdags hoogst zelden van zijn
plaats gebruik maakt, zoodat thans
de straf een belooning is geworden.
24-40 [geparafeerd]

[Getypte tekst:]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 30 Maart jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft schuldig gemaakt aan wangedrag. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 25 Augustus 1939 (No. 25/145/11 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 30 Maart jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van één dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Woensdag 10 en Donderdag 11 April a.s.

De Directeur,

[Onderaan, handgeschreven toevoeging:]
Op 8 April '40 bezoek gehad van Rustenburg:
Ofschoon hij begon te liegen, bekende hij ten slotte
"gestandwerkt" te hebben.
Teneinde den man niet te veel in zijn brood te hinderen,
heb ik de straf veranderd in de 2 dagen schorsing op Ma. en Di. 15 en 16 April.
met de mededeeling, dat als deze tegemoetkomende houding van ons nu nog
niet helpt, hij een volgende keer op een geduchte straf kan rekenen.
[Ondertekend door M. de Haas] Dit document is een officieel schrijven van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam aan een marktkoopman, C. Rustenburg. Uit de brief en de bijbehorende handgeschreven kanttekeningen kunnen we het volgende afleiden:

  1. De overtreding: Rustenburg heeft zich op 30 maart 1940 schuldig gemaakt aan "wangedrag" op zijn standplaats aan de Albert Cuypstraat. Dit was een overtreding van een voorwaardelijke straf die hij in augustus 1939 had gekregen.
  2. De oorspronkelijke straf: De directeur legt een schorsing op van twee dagen: één dag voor de oude overtreding en één dag voor de nieuwe. Deze schorsing zou plaatsvinden op woensdag 10 en donderdag 11 april 1940.
  3. Bureauctratische scherpte: Een ambtenaar merkt in de kantlijn op dat Rustenburg op maandagen en dinsdagen zelden werkt. Als de straf naar die dagen verplaatst zou worden, zou het geen straf maar een "belooning" zijn. Dit suggereert dat de oorspronkelijke keuze voor woensdag en donderdag (drukke marktdagen) weloverwogen was.
  4. Coulance: Rustenburg komt op 8 april op gesprek. Hoewel hij eerst liegt, geeft hij uiteindelijk toe dat hij als "standwerker" (iemand die met een praatje goederen aanprijst) actief was. De directeur besluit uit menselijkheid ("niet te veel in zijn brood te hinderen") de straf te verplaatsen naar de minder drukke maandag en dinsdag (15 en 16 april), ondanks de eerdere waarschuwing van zijn ondergeschikte. Het document dateert van 2 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het toont de dagelijkse gang van zaken in het Amsterdamse marktwezen vlak voor het uitbreken van de oorlog. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een van de belangrijkste markten van de stad. De strikte handhaving van orde en de persoonlijke interactie tussen de burger (de marktkoopman) en de lokale overheid (de Directeur van het Marktwezen) geven een uniek inkijkje in de sociale geschiedenis en ambtelijke cultuur van die tijd. De term "gestandwerkt" verwijst naar de specifieke discipline van de standwerkers, een iconisch onderdeel van de Amsterdamse marktcultuur.

Samenvatting

Dit document is een officieel schrijven van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam aan een marktkoopman, C. Rustenburg. Uit de brief en de bijbehorende handgeschreven kanttekeningen kunnen we het volgende afleiden:

  1. De overtreding: Rustenburg heeft zich op 30 maart 1940 schuldig gemaakt aan "wangedrag" op zijn standplaats aan de Albert Cuypstraat. Dit was een overtreding van een voorwaardelijke straf die hij in augustus 1939 had gekregen.
  2. De oorspronkelijke straf: De directeur legt een schorsing op van twee dagen: één dag voor de oude overtreding en één dag voor de nieuwe. Deze schorsing zou plaatsvinden op woensdag 10 en donderdag 11 april 1940.
  3. Bureauctratische scherpte: Een ambtenaar merkt in de kantlijn op dat Rustenburg op maandagen en dinsdagen zelden werkt. Als de straf naar die dagen verplaatst zou worden, zou het geen straf maar een "belooning" zijn. Dit suggereert dat de oorspronkelijke keuze voor woensdag en donderdag (drukke marktdagen) weloverwogen was.
  4. Coulance: Rustenburg komt op 8 april op gesprek. Hoewel hij eerst liegt, geeft hij uiteindelijk toe dat hij als "standwerker" (iemand die met een praatje goederen aanprijst) actief was. De directeur besluit uit menselijkheid ("niet te veel in zijn brood te hinderen") de straf te verplaatsen naar de minder drukke maandag en dinsdag (15 en 16 april), ondanks de eerdere waarschuwing van zijn ondergeschikte.

Historische Context

Het document dateert van 2 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het toont de dagelijkse gang van zaken in het Amsterdamse marktwezen vlak voor het uitbreken van de oorlog. De Albert Cuypmarkt was toen, net als nu, een van de belangrijkste markten van de stad. De strikte handhaving van orde en de persoonlijke interactie tussen de burger (de marktkoopman) en de lokale overheid (de Directeur van het Marktwezen) geven een uniek inkijkje in de sociale geschiedenis en ambtelijke cultuur van die tijd. De term "gestandwerkt" verwijst naar de specifieke discipline van de standwerkers, een iconisch onderdeel van de Amsterdamse marktcultuur.

Gerelateerde Documenten 4