Officiële brief / Kennisgeving van strafoplegging.
Origineel
Officiële brief / Kennisgeving van strafoplegging. 2 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer C. Rustenburg, Tuinstraat 79 I, Amsterdam-C. (Rechtsboven handgeschreven): Der. M. de Rau.
(Midden boven getypt): DV.
(Midden boven handgeschreven): extra
25/59/2 M.
2 April 1940.
den Heer C. Rustenburg,
Tuinstraat 79 I,
Amsterdam-C.
Wijk 7.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 30 Maart jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft schuldig gemaakt aan wangedrag. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 25 Augustus 1939 (No.25/145/11 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 30 Maart jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van één dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Woensdag 10 en Donderdag 11 April a.s.
De Directeur, Deze brief betreft een tuchtrechtelijke maatregel tegen een marktkoopman, de heer C. Rustenburg. Uit de inhoud blijkt dat Rustenburg zich op 30 maart 1940 schuldig heeft gemaakt aan "wangedrag" op zijn standplaats aan de Albert Cuypstraat.
De sanctie is tweeledig:
1. Tenuitvoerlegging oude straf: Omdat Rustenburg de voorwaarden van een eerdere voorwaardelijke straf (uit augustus 1939) heeft geschonden, wordt deze straf van één dag marktontzegging nu effectief.
2. Nieuwe straf: Voor het incident op 30 maart krijgt hij een nieuwe straf van eveneens één dag marktontzegging.
Het resultaat is een aaneengesloten schorsing van twee dagen: woensdag 10 en donderdag 11 april 1940. De brief hanteert een strikt formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de overheidscommunicatie in die periode. Het document biedt een inkijkje in de handhaving op de Amsterdamse markten aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog (de brief is gedateerd op 2 april 1940, slechts vijf weken voor de Duitse inval). De Albert Cuypmarkt was destijds, net als nu, een centrale economische spil in de stad.
Administratief is de vermelding van "Wijk 7" en "Amsterdam-C" interessant voor de historische topografie van de stad. De handgeschreven notitie "extra" en de naam bovenin suggereren dat dit document deel uitmaakte van een lopend dossier bij een specifieke afdeling of ambtenaar. Het feit dat Rustenburg een jaar eerder al een voorwaardelijke straf had gekregen, duidt erop dat er sprake was van een herhaaldelijke verstoring van de marktorde. C. Marktwezen