Ambtelijke brief (typschrift op roze papier).
Origineel
Ambtelijke brief (typschrift op roze papier). 19 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J. Canes, Afrikanerplein 29 I, Amsterdam-Oost. [Rechtsboven, handgeschreven:] 2204. M. d. Haan.
[Middenboven, getypt:] VP/HG. [Handgeschreven:] extra
[Links, getypt:] 25/70/2 M.
[Rechts, getypt:] 19 April 1940.
den Heer J. Canes,
Afrikanerplein 29 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 13 April jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat opnieuw heeft laten bijstaan, terwijl U daarvoor geen toestemming was verleend. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 1 April jl. (No. 25/56/3 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 13 April jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van een dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Dinsdag 23 en Woensdag 24 April a.s.
De Directeur, In deze brief wordt marktkoopman J. Canes officieel op de hoogte gesteld van een strafmaatregel. De kernpunten zijn:
- De overtreding: Op 13 april 1940 heeft de heer Canes zich op de Albert Cuypmarkt laten helpen door een assistent ("bijstaan") zonder dat hij hiervoor de vereiste officiële toestemming had.
- Recidive: Dit was een overtreding van de voorwaarden van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf (gecommuniceerd in een brief van 1 april 1940).
- De sanctie: De eerdere voorwaardelijke straf (1 dag ontzegging van de markt) wordt nu effectief. Daarbovenop wordt een nieuwe straf van 1 dag opgelegd voor de nieuwe overtreding op 13 april.
- Uitvoering: De heer Canes krijgt een marktverbod voor alle markten in Amsterdam op dinsdag 23 en woensdag 24 april 1940.
De brief is kort en zakelijk van toon, kenmerkend voor de ambtelijke communicatie van de gemeente Amsterdam in die periode. Dit document stamt uit de periode vlak voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het biedt een inkijkje in de strikte handhaving en bureaucratische reglementering van de Amsterdamse markten in het interbellum.
De geadresseerde, Jacob Canes, was een Joodse marktkoopman. Het adres Afrikanerplein 29 I bevond zich in de Transvaalbuurt, een wijk met in die tijd een zeer grote Joodse populatie. Veel van deze administratieve documenten van de Dienst van het Marktwezen zijn bewaard gebleven in het Stadsarchief Amsterdam. Ze zijn historisch relevant omdat dezelfde bureaucratische systemen kort na de datum van deze brief door de bezetter werden misbruikt om Joodse handelaren stelselmatig te registreren, te beperken en uiteindelijk volledig van de markten te weren. Canes krijgt (De heer) J. Canes Gemeente Amsterdam Marktwezen