Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven, rechtsboven:]
22ex. M. de heer.
[Handgeschreven, middenboven:]
Extra
[Getypt:]
HG.
25/70/3 M.
19 April 1940.
den Heer J. Locher,
Vrolikstraat 40 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 13 April jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat opnieuw heeft laten vervangen, terwijl U daarvoor geen toestemming was verleend. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 21 Maart jl. (No.25/51/5 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 13 April jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van een dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Dinsdag 23 en Woensdag 24 April a.s.
De Directeur, De brief is een officiële mededeling van een strafmaatregel tegen een marktkoopman genaamd J. Locher. De kern van de zaak is dat de heer Locher zich op de Albert Cuypmarkt ongeoorloofd heeft laten vervangen op 13 april 1940. Omdat hij hiermee de voorwaarden van een eerdere voorwaardelijke straf (van 21 maart 1940) heeft geschonden, wordt die oude straf (één dag schorsing) nu effectief. Daarbovenop krijgt hij voor de nieuwe overtreding van 13 april nog een extra dag schorsing. Het resultaat is dat hij op dinsdag 23 en woensdag 24 april 1940 geen standplaats op de Amsterdamse markten mag innemen. De brief is ondertekend door "De Directeur", waarschijnlijk van de Marktdienst van de gemeente Amsterdam. Dit document dateert van net voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het geeft inzicht in de strikte reglementering en handhaving op de Amsterdamse markten, zoals de Albert Cuypmarkt, in die tijd. De Albert Cuypstraat was en is een van de bekendste marktlocaties van Amsterdam. De administratieve precisie (verwijzingen naar dossiernummers en eerdere correspondentie) is typerend voor de gemeentelijke bureaucratie van die periode. Het laat zien dat marktkooplieden gebonden waren aan strikte regels over persoonlijke aanwezigheid en dat overtredingen direct leidden tot tijdelijke uitsluiting van de markt. J. Locher Gemeente Amsterdam