Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 386
Dossier 83
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsrapport (Rapport no. 3)

22 april 1940 (met marginale notitie van 24 april 1940) Van: Onbekende ambtenaar/controleur (waarschijnlijk Amsterdam, gelet op "Amst.")

Origineel

Ambtsrapport (Rapport no. 3) 22 april 1940 (met marginale notitie van 24 april 1940) Onbekende ambtenaar/controleur (waarschijnlijk Amsterdam, gelet op "Amst.") [Linksboven]
№ 25/70/6 [stempel: III 1940] 22/4

[Rechtsboven]
229

[Links]
Onderwerp:
Voorstel tot kwijtschelding
straf aan marktkoopman.

[Rechts]
Den Weled. Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

[Midden]
Rapport 3
=========

Op 13 April is door mij o.m. gerapporteerd
t.l.v. [ten laste van] J. Rocher wegens vervanging door knecht.
Zulks heeft tot gevolg gehad, dat genoemde
Rocher op 23 en 24 April zal worden gestraft met
schorsing.
Na de strafbeslissing is gebleken, dat ik mis-
leid ben door den „visschoonmaker” van Rocher,
daar de knecht, terwille van f 0,75 marktgeld-
ontduiking, op Zaterdag 13 April l.l. tot twee
malen toe beweerde „even op te passen” voor
Rocher, omdat hij was gaan eten, niettegen-
staande Rocher enkele uren tevoren was in-
gepakt, zoodat de schijn gewekt werd, dat
de handel van Rocher was.
De knecht J. Kuiper heeft zulks erkend en is
het achterstallige marktgeld nl. f 0,75, alsnog
voldaan.
De billijkheid brengt mede, dat de opgelegde
straf aan Rocher wordt kwijtgescholden.
De knecht J. Kuiper is door mij ernstig onder-
houden.

25/70/7 M 25/4/’40 [Paraaf]
Amst. 22 Apr. ’40
[Handtekening]

[Onderaan toegevoegd in ander handschrift:]
Aan Rocher moet m.i. worden bericht,
dat hij den brief dd. 19 Apr. ’40 no 25/70/3, waarbij hem de
straf van 2 dagen werd opgelegd, als ongebeurd kan
beschouwen. 24-4-40 dM[?] Dit document is een ambtelijke correctie op een eerder genomen tuchtrechtelijke beslissing binnen het Amsterdamse marktwezen (gezien de afkorting "Amst."). Op 13 april 1940 had een controleur gerapporteerd dat marktkoopman J. Rocher zich onreglementair liet vervangen door een knecht. Dit was verboden; kooplieden moesten persoonlijk bij hun kraam aanwezig zijn. Als gevolg hiervan was Rocher een schorsing van twee dagen opgelegd (23 en 24 april).

Na het opleggen van de straf kwam de feitelijke waarheid aan het licht: de knecht, J. Kuiper, had de controleur voorgelogen. Rocher was die dag al uren eerder vertrokken en had zijn spullen ingepakt. Kuiper wilde echter de marktkraam (of de plek) blijven gebruiken zonder het verschuldigde marktgeld van 0,75 gulden te betalen. Hij loog tegen de controleur door te zeggen dat Rocher slechts "even was gaan eten". De controleur concludeert dat de fout bij de knecht lag en niet bij de koopman. Omdat het verschuldigde bedrag alsnog is betaald en de knecht is vermaand ("ernstig onderhouden"), wordt geadviseerd de schorsing van Rocher in te trekken. * Tijdsgeest: Het document is gedateerd eind april 1940, minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland. Het dagelijks leven en de ambtelijke molens draaiden op dat moment nog op volle toeren.
* Marktrecht: Het marktwezen was streng gereguleerd. Marktgelden waren een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, en strikte persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder was vereist om onderverhuur of misbruik van standplaatsen te voorkomen.
* Economie: De fraude betrof een bedrag van f 0,75 (75 cent). In 1940 was dit een bedrag waarvoor een marktkoopman een aanzienlijk deel van zijn dagomzet moest inleveren, wat de verleiding tot ontduiking verklaart.
* Administratieve afhandeling: De snelle correctie (tussen 22 en 24 april) toont aan dat de bureaucreatie destijds effectief kon reageren op nieuwe feiten om onrechtmatigheid te herstellen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke correctie op een eerder genomen tuchtrechtelijke beslissing binnen het Amsterdamse marktwezen (gezien de afkorting "Amst."). Op 13 april 1940 had een controleur gerapporteerd dat marktkoopman J. Rocher zich onreglementair liet vervangen door een knecht. Dit was verboden; kooplieden moesten persoonlijk bij hun kraam aanwezig zijn. Als gevolg hiervan was Rocher een schorsing van twee dagen opgelegd (23 en 24 april).

Na het opleggen van de straf kwam de feitelijke waarheid aan het licht: de knecht, J. Kuiper, had de controleur voorgelogen. Rocher was die dag al uren eerder vertrokken en had zijn spullen ingepakt. Kuiper wilde echter de marktkraam (of de plek) blijven gebruiken zonder het verschuldigde marktgeld van 0,75 gulden te betalen. Hij loog tegen de controleur door te zeggen dat Rocher slechts "even was gaan eten". De controleur concludeert dat de fout bij de knecht lag en niet bij de koopman. Omdat het verschuldigde bedrag alsnog is betaald en de knecht is vermaand ("ernstig onderhouden"), wordt geadviseerd de schorsing van Rocher in te trekken.

Historische Context

  • Tijdsgeest: Het document is gedateerd eind april 1940, minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland. Het dagelijks leven en de ambtelijke molens draaiden op dat moment nog op volle toeren.
  • Marktrecht: Het marktwezen was streng gereguleerd. Marktgelden waren een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente, en strikte persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder was vereist om onderverhuur of misbruik van standplaatsen te voorkomen.
  • Economie: De fraude betrof een bedrag van f 0,75 (75 cent). In 1940 was dit een bedrag waarvoor een marktkoopman een aanzienlijk deel van zijn dagomzet moest inleveren, wat de verleiding tot ontduiking verklaart.
  • Administratieve afhandeling: De snelle correctie (tussen 22 en 24 april) toont aan dat de bureaucreatie destijds effectief kon reageren op nieuwe feiten om onrechtmatigheid te herstellen.

Gerelateerde Documenten 4