Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 428
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

20 april 1940. Van: M. Albonkerk, wonende aan de Reguliersgracht 1-III, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. 20 april 1940. M. Albonkerk, wonende aan de Reguliersgracht 1-III, Amsterdam. No 25/80/ M. 1940 1/5

Amsterdam 20 April 1940

Wel Edele Heer [onleesbare krabbel, mogelijk 'in beh.']

Ondergetekende M. Albonkerk,
wonende te Amsterdam Reguliersgracht no 1. III
in het bezit van Voorkeurskaart no 515 voor
de dagmarkt Albert Cuijpstraat verzocht U
hierbij beleefd ontheffing van art. 10 sub. B.
van het Regl. op de Markten voor den tijd van
7 à 8 weken al dan niet met doorbetaling
van het Marktgeld.
De redenen zijn dat ik in de eerstkomende 2
maanden meer buiten de markt dan op de markt
kan verdienen. Doch daarna ben ik weer op de
markt aangewezen.
Een gunstig antwoord van U tege-
moet ziende teeken ik met Hoogachting:
M. Albonkerk.

M. Albonkerk.
1. III Reguliersgracht In deze brief verzoekt de heer (of mevrouw) M. Albonkerk om een tijdelijke ontheffing van de aanwezigheidsplicht op de Albert Cuypmarkt. De kernpunten zijn:

  1. Rechtsgrond: De afzender verwijst specifiek naar "art. 10 sub. B. van het Regl. op de Markten". Dit artikel verplichtte marktkooplieden waarschijnlijk om hun gehuurde plek persoonlijk en continu te bezetten op straffe van het verliezen van hun vergunning (de "Voorkeurskaart").
  2. Motivatie: Het verzoek is puur economisch van aard. Albonkerk geeft eerlijk aan dat hij/zij de komende twee maanden buiten de markt meer kan verdienen dan op de markt zelf, maar dat hij de marktplek daarna weer hard nodig heeft voor zijn levensonderhoud.
  3. Bereidheid tot betaling: De afzender biedt aan om het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) gewoon door te betalen tijdens de afwezigheid, wat aangeeft hoe waardevol de vaste plek op de Albert Cuypstraat voor hem is.
  4. Tijdsspanne: Het gaat om een korte periode van 7 à 8 weken. Dit document biedt een interessant inkijkje in het dagelijks leven en de marktregulering in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

  5. Datum: De brief is geschreven op 20 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Het laat zien dat het normale administratieve en economische leven op dat moment nog gewoon doorging.

  6. De Albert Cuypmarkt: Al in 1940 was dit een van de belangrijkste markten van de stad. Een "Voorkeurskaart" was essentieel voor een vaste standplaats en was zeer gewild.
  7. Persoonlijke achtergrond: De achternaam Albonkerk (vaak ook gespeld als Albenkerk) kwam in die tijd voor in de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de locatie van de markt en de woonplaats (de buurt rond de Reguliersgracht), is het zeer waarschijnlijk dat dit een Joodse markthandelaar was. Slechts een jaar later, onder de Duitse bezetting, zouden Joodse kooplieden van de reguliere markten worden verdreven naar specifieke "Joodse markten". Dit verzoek om tijdelijke ontheffing is daarmee een van de laatste getuigenissen van een 'normale' beroepsuitoefening voor deze groep voor de oorlogsellende begon. M. Albonkerk

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer (of mevrouw) M. Albonkerk om een tijdelijke ontheffing van de aanwezigheidsplicht op de Albert Cuypmarkt. De kernpunten zijn:

  1. Rechtsgrond: De afzender verwijst specifiek naar "art. 10 sub. B. van het Regl. op de Markten". Dit artikel verplichtte marktkooplieden waarschijnlijk om hun gehuurde plek persoonlijk en continu te bezetten op straffe van het verliezen van hun vergunning (de "Voorkeurskaart").
  2. Motivatie: Het verzoek is puur economisch van aard. Albonkerk geeft eerlijk aan dat hij/zij de komende twee maanden buiten de markt meer kan verdienen dan op de markt zelf, maar dat hij de marktplek daarna weer hard nodig heeft voor zijn levensonderhoud.
  3. Bereidheid tot betaling: De afzender biedt aan om het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) gewoon door te betalen tijdens de afwezigheid, wat aangeeft hoe waardevol de vaste plek op de Albert Cuypstraat voor hem is.
  4. Tijdsspanne: Het gaat om een korte periode van 7 à 8 weken.

Historische Context

Dit document biedt een interessant inkijkje in het dagelijks leven en de marktregulering in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

  • Datum: De brief is geschreven op 20 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Het laat zien dat het normale administratieve en economische leven op dat moment nog gewoon doorging.
  • De Albert Cuypmarkt: Al in 1940 was dit een van de belangrijkste markten van de stad. Een "Voorkeurskaart" was essentieel voor een vaste standplaats en was zeer gewild.
  • Persoonlijke achtergrond: De achternaam Albonkerk (vaak ook gespeld als Albenkerk) kwam in die tijd voor in de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de locatie van de markt en de woonplaats (de buurt rond de Reguliersgracht), is het zeer waarschijnlijk dat dit een Joodse markthandelaar was. Slechts een jaar later, onder de Duitse bezetting, zouden Joodse kooplieden van de reguliere markten worden verdreven naar specifieke "Joodse markten". Dit verzoek om tijdelijke ontheffing is daarmee een van de laatste getuigenissen van een 'normale' beroepsuitoefening voor deze groep voor de oorlogsellende begon.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 4