Doorslag of kantoorkopie van een officiële brief (gemeentelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag of kantoorkopie van een officiële brief (gemeentelijke correspondentie). 16 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] Zen. M. de Boer
[Getypt midden boven:] VP/DV. [Handgeschreven, onderstreept:] extra
[Getypt linksboven:] 25/80/2 M.
[Getypt rechts:] 16 Mei 1940.
[Adresblok:]
den Heer M. Alboukerk,
Reguliersgracht 1 III,
Amsterdam-C.
Wijk 4.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 April jl. be-
richt ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilli-
ging in aanmerking kan komen. Indien U voortaan niet tenminste
twee maal per week een plaats op de markt Albert Cuypstraat be-
zet, zal de U verleende voorkeurskaart moeten worden ingetrok-
ken, zulks overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het
Reglement op de Markten.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer M. Alboukerk op 30 april 1940 had ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de reactie dat het te maken heeft met de aanwezigheidsplicht op de markt.
De directeur van de marktdienst herinnert de heer Alboukerk aan de regels van het 'Reglement op de Markten': hij is verplicht minimaal twee keer per week zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in te nemen. Indien hij dit nalaat, zal zijn 'voorkeurskaart' worden ingetrokken. Deze kaart gaf een marktkoopman het recht op een vaste, geprefereerde standplaats, wat essentieel was voor een stabiele bedrijfsvoering. De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch. De datum van de brief, 16 mei 1940, is historisch zeer beladen. Dit is slechts één dag na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) na de Duitse inval op 10 mei. Terwijl het land in shock verkeerde door de bezetting en het bombardement op Rotterdam, ging de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam schijnbaar onverstoord door met het handhaven van marktreglementen.
De geadresseerde, M. Alboukerk, behoorde tot een bekende Joods-Amsterdamse familie. Voor Joodse marktkooplieden op de Albert Cuypmarkt was de voorkeurskaart hun bron van inkomsten. Deze brief markeert het begin van een periode waarin de bewegingsvrijheid en economische positie van Joodse Amsterdammers steeds verder onder druk kwamen te staan. In de loop van de bezetting zouden Joodse kooplieden door anti-Joodse maatregelen van de bezetter uiteindelijk volledig van de openbare markten worden verdreven en naar speciaal aangewezen "Joodse markten" worden verbannen, voordat hun ondernemingen geheel werden geliquideerd. Dit document is een voorbeeld van hoe de normale bureaucratie bleef functioneren aan de vooravond van deze systematische uitsluiting. C. Marktwezen