Archiefdocument
Origineel
Nº 25/01/1 M. 1940 6/5 [rechtsboven:] 265
Onderwerp:
Voorstel vooruitbreiding
kernplaatsen markt
Albert Cuypstraat.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Rapport.
Hoewel U bekend is, werd met ingang van 1 Juni 38
de A.C. markt verdeeld in twee gedeelten, nl. een
kernplaats- en schuifplaatsgedeelte.
Na twee jaren ondervinding blijkt, dat deze wijze
van marktindeling een succes is geweest, daar
het toegepaste ^en-begrenzings-^ systeem een rustige en juiste
plaatsentoewijzing heeft bevorderd.
Intusschen zijn in de afgeloopen twee jaren de
oudste schuifplaatshouders kernplaatshouder op de
eerste markt geworden.
M.i. is thans de tijd aangebroken om dientenge-
volge het aantal kernplaatsen te vergrooten en
wel door beide uiteinden der kern iets te verlen-
gen.
Zonder schade der schuifplaatshouders is het
thans mogelijk de plaatsen 206, 208, 210 en 212
aan de evenzijden plaats nog aan die even zijde aan
de kern toe te voegen en de gelegenheid open te
stellen voor sollicitatie.
Amsterdam, 23 Mei '40
G.J. Meurink
[Linksonder:]
Opbergn.
zal verder door Hr. Marktbeheerder
worden geregeld. 23/5 '40 Accoord
24-5-40 / S. v. Loon
delloor Dit ambtelijke rapport betreft een voorstel tot wijziging van de marktindeling op de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De schrijver blikt terug op een hervorming van 1 juni 1938, waarbij de markt werd opgedeeld in 'kernplaatsen' (vaste standplaatsen) en 'schuifplaatsen' (flexibele plekken). Omdat dit systeem succesvol is gebleken en er behoefte is aan meer vastigheid voor de handelaren, stelt de ambtenaar voor om aan beide uiteinden van de huidige kernsectie extra plaatsen (nummers 206, 208, 210 en 212 aan de even zijde van de straat) om te zetten naar vaste kernplaatsen. Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe sollicitaties van marktkooplieden voor een vaste plek. De datering van het document, 23 mei 1940, is historisch zeer relevant. Dit is slechts negen dagen na het bombardement op Rotterdam en de Nederlandse capitulatie (14 mei 1940). Het document illustreert dat het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam, ondanks de zeer recente Duitse inval en de beginnende bezetting, vrijwel direct werden voortgezet. De Albert Cuypmarkt was in deze periode een vitale schakel in de voedselvoorziening van de stad. De genoemde marktmeester en inspecteurs hielden zich in deze onzekere tijden bezig met de handhaving van orde en de efficiënte indeling van de marktruimte om de handel in goede banen te leiden. G.J. Meurink Marktwezen