Ambtelijk rapport/adviesbrief betreffende een marktincident.
Origineel
Ambtelijk rapport/adviesbrief betreffende een marktincident. 8 mei 1940 (betreft incident op 7 mei 1940). onderzoek ingesteld en is gebleken, dat op 7 Mei jl
tusschen 5.15 uur en 5.30 uur zulks werkelijk heeft
plaatsgevonden.
Volgens op verzoek van mij door de opzth. Caranca
en v. Esen, resp. pl. 240 en pl. 200 al., gedane mede-
deelingen in het bijzijn van de ambtenaren
Bakker en van Brugt, heeft P. Pinto Sr., pl 333e al.,
zich van zijn stal verwijderd en zich begeven
naar de stal van diens zoon P. Pinto Jr. pl 269 al,
waarop na een woordenwisseling P. Pinto Sr.
een goederenkist op nam, waarmede hij zijn
zoon sloeg. De zoon nam daarop een stuk
hout, waarmede hij zijn vader trachtte te
slaan. Door tusschenkomst van enige andere
zoons werden de vechtenden gescheiden.
Pinto Sr heeft mij toegegeven, dat hij zijn
zoon geslagen had.
De veroorzaker der vechtpartij is volgens
mij de heer Pinto Sr
In het belang der marktorde is het noodzake-
lijk, dat een ernstige bestraffing op deze orde-
verstoring volgt, daar bovendien niet vergeten
mag worden, dat dusdanige incidenten het
koopend publiek afkeerig van het marktbezoeken
maakt.
Ik stel U dan ook voor te adviseren Pinto twee weken
te schorsen.
Amst. 8 Mei '40
[Handtekening, mogelijk: G. Manschot] Het document is een verslag van een handgemeen tussen een vader en zoon op een Amsterdamse markt. De tekst is geschreven in een zakelijke, ambtelijke stijl met aandacht voor bewijsvoering (getuigenissen van andere ambtenaren en een bekentenis van de dader).
De kern van het incident is een escalatie van een woordenwisseling waarbij P. Pinto Sr. zijn zoon aanviel met een goederenkist, waarna de zoon zich verdedigde met een stuk hout. De rapporteur legt de schuld expliciet bij de vader. De argumentatie voor de strafmaat (twee weken schorsing) is tweeledig: het handhaven van de algemene tucht ("marktorde") en het economische belang (het voorkomen dat klanten weggejaagd worden door geweld). Dit document is historisch zeer saillant vanwege de datum: 8 mei 1940. Dit is slechts twee dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het toont het "normale" leven en de handhaving van de openbare orde aan de vooravond van een totale maatschappelijke ontwrichting.
De namen in het document, zoals Pinto en Caranca, zijn typisch Sefardisch-Joodse achternamen die destijds veel voorkomend waren in de Amsterdamse markthandel (denk aan de vismarkt of de groothandelsmarkt). Veel van de in dit document genoemde personen zouden in de jaren na dit schrijven slachtoffer worden van de Holocaust. Het document illustreert daarmee de alledaagse fricties en sociale structuren binnen de (Joodse) handelsgemeenschap van Amsterdam, net voordat deze wereld door de bezetting zou verdwijnen.